Handeln - vertaling Duits-Frans (inclusief voorbeelden)

Tweede-Kamerverkiezingen 2021 | Deel 1 | Bestuur & Staat

Introductie Bestuur & Staat Geopolitiek Ruimtelijke Ordening Justitie & Rechtsstaat Maatschappij/Cultuur Binnenlandse Zaken Economische Zaken Werk & Sociale Zaken Onderwijs & Ethiek Kunst & Cultuur Zorg & Sport Buitenlandse Zaken Financiën Miljoenennota redditors Politieke Partijen...
Nou het gaat al goed, bij de tweede al een dag vertraging...
Hier is de introductie te zien van deze reeks. Lees deze vooral eerst door als je mee wilt doen.

Bestuur & Staat

Deze draad is bedoeld voor het staatsbestel van Nederland. De tags die ik heb toegevoegd in de introductie, waren:
Staatsvorm, verantwoordelijkheden en macht, politiek zelf, omgang, Koningshuis, burger en (kleine) overheid | Soevereiniteit (deze is nu toegevoegd) 
Dit stuk is ingedeeld in vier delen.
Ik wil nog als 'disclaimer' (afwijzing?) toevoegen dat ik in geen enkel opzicht geschoold ben in de politieke geschiedenis. De tekst kan fouten en onwaarheden bevatten. Correcties worden toegevoegd, daar waar ik er tijd voor heb.

Een beknopte geschiedenis

Voor een volledige geschiedenis kunnen we zo ver terug gaan als het Karolingische Rijk. Naar mijn mening de start van de West-Europese staten en staatsvorming. Dat doen we niet. Wel wil ik twee punten benoemen in de totstandkoming van Nederland. De vorming, door strategische erving en dwang, vond plaats onder de Bourgondiërs en Habsburgers. Hierin was de macht van de adel tegenover de monarch relatief groot. De Lage Landen waren een economisch zwaartepunt in hun tijd, de 14e, 15e en 16e eeuw. In de strijd naar onafhankelijkheid in de 16e eeuw heeft Nederland iets bijzonders gedaan, tot die tijd niet gezien. De Staten-Generaal stelden dat de vorst namens God regeerden voor het volk, en niet over. Hiermee kreeg het volk de macht om de vorst af te zetten. De Republiek werd geleid door de rijke burgers, met het gewest Holland en de stad Amsterdam voorop. De economie was redelijk vrij en dat gold ook voor innovatie, techniek en wetenschap. Wil als noot hier nog wel aan toevoegen dat religieuze vrijheid pas opkwam aan het eind van de 19e eeuw, vooral de katholieken waren praktisch tweederangsburger. Het tweede punt is de strijd in de eerste twee eeuwen. De politieke strijd ging om de verhouding tussen leider en parlement. De leider heeft deze gewonnen. In de 17e eeuw leiden de moorden op Van Oldenbarnevelt en de gebroeders De Witt tot een machtige net-nietvorst eind 17e eeuw en in de 18e eeuw. Stadhouder Willem III is waarschijnlijk het meest koninklijk geweest tot 1815. Ook omdat hij koning van Engeland was en strijd bood tegen Lodewijk XIV, de Zonnekoning. Dus richting de 19e eeuw heeft Nederland twee eeuwen erop zitten waarin Nederland alsnog een vorst heeft gekregen.
Cue Revolutie! Rondom de eeuwwisseling naar de 19e eeuw is de strijd weer helemaal terug. Ook hier kunnen we lang over uitwijden, maar na Napoleon werd Nederland weer een onafhankelijke staat. Nu met appendix!
Vanaf 1815 is Nederland dus een nieuwe staat. De tijdelijke situatie daargelaten, zijn er veel elementen van toen nog steeds in ons staatsbestel. Wat hadden we al wel? Zoals al genoemd werd, we hadden al een Staten-Generaal en een gezant van de staat, de stadhouder. Daarnaast was, door de macht van Holland, de leider van deze fractie ook de eerste van de Staten-Generaal: de raadspensionaris. Dus hier is al de relatie tussen vorst, overheid en parlement te zien. De vorst had ook een adviesorgaan: de Raad van State. Daar kwamen wat dingen bij. De basis van het Nederlandse staatsbestel is berust op de scheiding der machten. Hier heb ik al even over gepraat in de Introductie. Nederland heeft daarom nu drie onderdelen van de overheid: de rechtbanken, het parlement en de (rijks)overheid. Daar kwam ook nog het tweekamerstelsel bij. Vroeger werd de Eerste Kamer aangesteld door de Koning, nu is het een getrapte verkiezing vanuit de Provinciale Staten. De Tweede Kamer begon met verkiezingen waar alleen de gegoede burgerij aan mee mocht doen. Tegenwoordig zijn enkele mensen uitgesloten van deelname aan de verkiezingen, zoals jongeren, maar tegenwoordig mag 'iedereen' kiezen en verkozen worden.
In 1848 is deze basis aangehouden, maar zijn er een paar essentiële wijzigingen geweest. Als extra noot trouwens, het staatsbestel staat bijna geheel in de grondwet. De huidige komt uit 1983, maar wordt gezien als dezelfde versie als die uit 1815. De belangrijkste zijn wie de Eerste Kamer kiezen, net al gemeld, en waar het primaat binnen de politiek zit. Als namelijk de ene Kamer door de Koning wordt benoemd en de ander door het volk, dan is het niet gek dat deze twee veel botsen. Hetzelfde geldt voor de overheid. Als de Koning de ministers benoemt, maar de Kamers het niet eens zijn met het beleid, hoe ga je dan verder? Met mijn beperkte kennis zou ik dit willen vergelijken met de VS waar het land op slot kan gaan als het parlement en de overheid niet uit de begroting komen. De wijziging in 1848 zorgde ervoor dat de Koning nog wel de benoeming deed, maar daar niet op afgerekend kan worden, of op het beleid in het algemeen. De ministers zijn verantwoordelijk voor het beleid en de Koning is onschendbaar. In de decennia daarna bleef trouwens de strijd nog doorgaan. De ministerraad bood haar ontslag aan, maar het volgende kabinet, door de Koning benoemd, moest hetzelfde beleid blijven voeren. Uiteindelijk heeft het parlement deze strijd gewonnen en zien we tegenwoordig dat wanneer het kabinet geen vertrouwen heeft van de Kamer, het kabinet aftreedt. Hiermee is het primaat duidelijk onderdeel geworden van het parlement. Hierover straks nog wat termen voor.
Belangrijk om hier in de gaten te houden, is dat in deze tijden het politieke spectrum zich verdeelde in liberalen en conservatisten. Ook hier straks meer over. Hier een nrc-artikel waar ik me op baseer..
Aan het begin van de 20e eeuw komt het socialisme op en verschuift dit politieke spectrum naar socialisten en liberalen. Het kinderwetje van Van Houten, algemeen en bijzonder onderwijs, Algemeen kiesrecht, Algemeen vrouwenkiesrecht. Het parlement was er voor meer mensen en de mensen kregen meer (grond)rechten. Daarnaast zien we ook de huidige structuur in de Tweede Kamer ontstaan. In de Tweede Kamer had je al wel mensen die zich met een bepaalde ideologie affilieerde. Alleen opereerden de Kamerleden geheel zelfstandig. Om meer een machtsblok te krijgen, is er onder de confessionelen (ten dele conservatisten) uiteindelijk de ARP opgericht. ARP betekent hier trouwens het verwerpen van de belangrijkste idealen van de liberalen, 'opgelegd' en verwoord ten tijde van de Franse Revolutie en Napoleon.
Fastforward na WOII. Na de wederopbouw kwam er de verzorgingsstaat. Hiermee werd de overheid verantwoordelijk voor de zorg aan burgers. Het bekendste voorbeeld is wel de AOW. Hiermee hebben alle ouderen recht op een uitkering van de staat als ze de AOW-leeftijd voorbij zijn.
De laatste decennia van de twintigste eeuw worden gekenmerkt door een hegemonie van de partijen CDA en PvdA. In deze tijd komen bepaalde functies van de overheid aan de orde of worden gebruikt die voorheen minder belangrijk lijken. Nederland heeft bijvoorbeeld geen Ministerie van Koloniën meer, of van Marine, of van Oorlog. Ook namen als Handel en Nijverhijd verdwijnen voor namen als Defensie en Economische Zaken. De politiek in de 21e eeuw is gedomineerd door wat er eind 20e eeuw is opgezet. Het neoliberalisme, waar nu weer vanaf gestapt lijkt te worden, zag de overheid meer als bedrijf. Hierin zijn overheidstaken overgeheveld naar semi-overheids instanties. De bekendste instantie is, denk ik wel, de NS. Hiermee kunnen taken van de overheid gedaan worden met bedrijfsefficiëntie. Daarnaast is in de 21e eeuw Europa een belangrijker begrip geworden. Al na WOII begon een integratie van economiën en markten in (West-)Europa. Uit m'n hoofd zijn bijvoorbeeld de verschillende munten en fiscale beleidsterreinen al sinds de jaren 80 steeds meer naar elkaar gegroeid. Daar komt dan nog bij dat de staatsschuld en banencreatie prominentere rollen hebben gespeeld.
Over de Europese Unie kan ook nog wat worden gezegd. Kortgezegd: er zijn mensen die al sinds WOII een Verenigde Staten van Europa willen. Er zijn mensen die geen samnwerking willen, er zijn mensen die daar tussen zitten.

Nog even dit...

Dit was een beknopte geschiedenis van de hoogste organen van Nederland, en ik ben er waarschijnlijk een paar vergeten. Hier wil ik nog even vier onderdelen extra toelichten.
In Nederland is de rechtsstaat een belangrijk goed. Mijn gok is dat Nederlanders het ook als onderdeel zien van hun cultuur. Nederland had in de 17e eeuw relatief veel vrijheid en rechten vergeleken met de rest van Europa. Daarnaast werd Nederland in de 20e eeuw het centrum van de rechtspraak. Genesteld tussen de grootmachten Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, het Duitse Rijk en het Russsiche Keizerrijk had Nederland een neutrale houding in de wereldpolitiek en was geen dreiging voor de grootmachten als zij hier het internationale recht hielden. Dit was al te zien in 1713 met de Vrede van Utrecht over de Spaanse Successieoorlog. Deze erkenning van Nederland is ook terug te zien in de Haagse vredesconferenties rond de eeuwwisseling. Wie weet, misschien dat Nederland wel het hoofdkwartier van de VN was geweest, als de VS niet de enige wereldmacht was geweest. Maar terug naar Nederland. In navolging van de grondwet uit 1815 en onder Franse invloed heeft Nederland sinds 1838 een Hoge Raad. De Nederlandse rechtsstructuur is, beknopt, makkelijk in te delen. Het recht kan gaan over de relatie burger-burger (civiel recht) of burger-staat (strafrecht & bestuursrecht). Bij die laatste zou je nog kunnen zeggen dat strafrecht de oplegging van de staat aan burgers is en het bestuursrecht de plichten van de staat aan de burgers/oplegging van de burgers aan de staat. Nederland kent voor civiel recht en strafrecht drie stappen: de (kanton)rechtbanken, het gerechtshof en de Hoge Raad. Deze laatste heeft alleen de mogelijkheid om te controleren of de procedure goed nageleefd is. Bestuursrecht begint ook bij de rechtbank, maar kan uiteindelijk eindigen bij de Raad van State. Deze heeft dus twee taken in ons bestel: (juridisch) advies aan de Koning/overheid bieden en recht spreken over bestuurskwesties. Ik kan deze website ook aanraden voor een overzicht.
Nederland heeft nog andere lagen dan alleen het rijksniveau. Deze zijn de Provinciale Staten, de waterschappen en de gemeentes. Alledrie hebben ze een basisstructuur van een uitvoerende raad en een controlerende raad. Deze laatste is waarover gestemd wordt bij verkiezingen. De Prov. Staten mogen ook de Eerste Kamer kiezen. De waterschappen zijn het oudste, nog bestaande bestuursorgaan van Nederland. Provinciën, gemeenten en waterschappen worden geleid door iemand benoemd door de Koning. Dit zijn resp. de Commissaris van de Koning, de burgemeester en de dijkgraaf. Daarnaast heeft Nederland nog allerlei samenwerkingsverbanden die weinig macht hebben. Bekend met deze crisis zijn de veiligheidsregio's.
Naast de overheid zijn er ook allerlei uitvoerende organisaties en semi-overheidsorganisaties. Bekende voorbeelden hiervan zijn de Belastingdienst, DUO, Nederlandse Spoorwegen en Rijkswaterstaat (bestaat sinds 1815!). Deze organisaties zijn erg op de toepassing gericht en moeten verantwoording afleggen aan een ministerie. Dit is bijvoorbeeld terug te zien bij de toeslagenaffaire. De minister kan een reorganisatie afdwingen, de Kamer kan alleen de minister dwingen, maar weinig doen aan de Belastingdienst. Hier wil ik trouwens nog even als noot toevoegen hoe geweldig de gedachten hierover kunnen zijn. Een burgerinitiatief kan een voorstel op de Kameragenda zetten, maar heeft geen invloed op het debat. De Kamer dicteert dit debat, maar kan vervolgens alleen een (dwingend) voorstel doen aan het kabinet. Deze kan dan weer de uitwerking bepalen en dit door zetten naar hun uitvoerende dienst. Deze dienst is dan degene die de uitwerking moet doen. Toch leuk hoe iedereen elkaar iets kan opleggen, maar niemand eigenlijk de macht heeft.
Als laatste nog een paar termen waarmee Nederland beschreven kan worden:
Ik laat hier even het reilen en zijlen van organen als de Tweede Kamer voor wat het is. Er zijn plaatjes waarop te zien is hoe de Tweede Kamer is ingedeeld, ook qua waar wie moet staan.

Wat kan er ook?

Kan nog worden uitgebreid.
Enkele voorbeelden van andere landen in 'Het Westen'. België is een federaal systeem. Hiermee heeft een laag onder de rijksoverheid (bij ons de Provinciale Staten) meer macht. De soevereiniteit ligt niet volledig bij de nationale overheid. Duitsland is ook een federatie, maar heeft ook een president. Frankrijk heeft ook een president. Deze heeft zelfs een presidentieel systeem. Hierbij wordt de premier 'opgeofferd' voor beleid. Dit is recentelijk onder Macron nog gedaan. De VS heeft dit systeem ook, maar de overheid is hier nog machtiger. In principe ligt er geen mandaat bij dit systeem. Het rechtsysteem is ook minder onafhankelijk. Het VK maakt gebruik van de Common Law (gewoonterecht), waarbij rechtspraak niet wordt gedaan op rechten, maar op hoe die eerder zijn uitgesproken. Veel landen in Europa hebben een ander recht: Continentaal recht (civil law).
Enkele voorbeelden buiten 'onze kring': Zuid-Afrika had apartheid. Hierin hebben bepaalde mensen meer of minder rechten op basis van hun huidskleur. Landen als Zuid-Korea, Japan en Taiwan zijn ook een democratie, maar hebben meer een top-down variant (oplegging) in hun cultuur. China is geen democratie en heeft een extreme variant van top-down. Dit was ook terug te zien bij de Sovjet-republiek.

Nieuws & trends

Als mensen berichten/artikelen hebben die ze willen delen, plaats ik die hier.
Enkele trends zijn dus onder het neoliberalisme. Hierbij heeft de overheid enkele van haar organisatie afgestoot als onafhankelijk opererend.
Daarnaast is er onder gemeentes een enorme uitdunning geweest de afgelopen jaren. Dit zorgt voor sterkere gemeentes (lees: meer middelen), maar staat wel verder weg van de burger.
Taalgebruik en omgang in de politiek is informeler geworden. Daarnaast bepalen media enorm de bekendheid van politici en beleid.

Nog even dit

Ik ben vast wat dingen vergeten. Als je geen zin hebt om de reacties hieronder te vullen met lappen tekst, kan je een persoonlijk berichtje sturen.
submitted by JoHeWe to Politiek [link] [comments]

Andere Tijden RMTK: Het Jaar van Zout, Deel III: De Laatste Premier van D66

Andere Tijden RMTK is een serie van reportages over de (bijna) vergeten en verloren gebeurtenissen uit de geschiedenis van RMTK, met unieke kijkjes achter de schermen met behulp van de mensen die erbij waren en de nieuwste grafische technologie.

Vandaag in Andere Tijden RMTK: Het Jaar van Zout, Deel III: ''De Laatste Premier van D66''.

Met het aanbreken van de 5e verkiezing van RMTK kwam het einde van het eerste Kabinet met een VVD-Premier uit de geschiedenis van RMTK: het eerste Kabinet-Vylander. Ruim 11 maanden later zou het begin aanbreken van Kabinet Vylander-II. In de bijna een jaar durende periode tussen Vylander-I en Vylander-II bevond Nederland zich kortstondig in een Vylander-loos tijdperk. Dit tijdperk zag 5 kabinetten en 3 verschillende Premiers, die alle drie nog niet actief waren tijdens de oprichting van RMTK, wat voor het eerst zou zijn voor een Premier op RMTK. Deze periode van drama, zout en onderlinge ruzies zag een nieuwe generatie aan de macht komen die nog niet actief was op RMTK sinds de oprichting. Deze gebeurtenissen tijdens het Vylander-loos tijdperk zijn het onderwerp deze driedelige serie.
Lees eerst hier Deel I: Een Nieuwe Generatie. Lees eerst hier Deel II: De Maanden van TJF.
Vandaag het derde en laatste deel van ons drieluik 'Het Jaar van Zout', Deel III: ''De Laatste Premier van D66''

Een korte samenvatting:

Kabinet-MrJoey98 was in drama geëindigd. D66, formeel de grootste partij van het land, had een leider zonder enige ervaring op RMTK en GROEN had de touwtjes en het Torentje nog sterk in handen. Kabinet-TheJelleyFish was even controversieel als intern verdeeld, en zag een onderzoekscommissie zo extreem dat het eindrapport niet eens gepubliceerd mocht worden.
Met het einde van Juli 2017 kwam er ook een einde aan Kabinet-TJF. De eerstvolgende verkiezing zou pas half September plaatsvinden, en Nederland zocht een nieuwe Regering. Na twee Kabinetten onder leiding van GROEN leek de fut er voor de partij uit, en was er geen intensieve push om een tweede Kabinet-TJF te vormen. TheJelleyFish zou later aangeven dat zijn tijd als Premier ''onaangenaam'' was door alle interne ruzies en problemen, en dat hij niet van plan was om ooit nogmaals Premier te worden.
Al ver voor de val van Kabinet-TJF was toenmalige coalitiepartner FVD is gesprekken met de Oppositie beland over het laten vallen van Kabinet-TJF en het vormen van een nieuw Kabinet. Dat de Motie van Wantrouwen tegen het Kabinet het haalde lijkt ook grotendeels te komen door getouwtrek en gesprekken achter de schermen tussen FVD en de Oppositie om een excuus te vinden voor het indienen van een Motie van Wantrouwen en samen er nipt een meerderheid voor te behalen. Exit Kabinet-TJF, exit het GROEN-tijdperk. Welkom bij de Kabinetten van Quintionus, de val van D66, een hele berg verraad en complotten & het einde van het Vylander-loos tijdperk. Welkom bij de Putsch en het laatste deel van ons drieluik 'Het Jaar van Zout'.

De Prijs van het Pluche:

Hoeveel zou jij weggeven om Minister-President te kunnen worden? In Juli 2017 leek het antwoord daarop voor D66-leider Quintionus 'alles' te zijn geweest. Een combinatie van wrok richting GROEN, zout en een behoefte aan regeringsverantwoordelijkheid na een periode gedwongen Oppositie zorgde ervoor dat D66 samen met de VVD, FVD en de Nationalistische SVN een rechts Kabinet vormde. De titel van het Regeerakkoord moest al een subtiele hint hebben gegeven van de ideologische koers van het Kabinet: Regeerakkoord Maak Nederland Weer Groots! bracht Kabinet-Quintionus I aan de macht, en had een beleid waar rechts zijn lippen bij zou aflikken.
Enkele sprekende voorbeelden uit het Regeerakkoord: - Kraken juridisch gelijkstellen aan inbraak en het plaatselijk gedogen niet meer tolereren. - Het intrekken verblijfsvergunning bij gefaalde integratie indien iemand na 5 jaar nog geen werk heeft. - Strafbaar stellen illegaliteit. - Maximumsnelheid naar 140 km per uur, en flink verbreden van snelwegen.
Dit was duidelijk een zeer Rechts Kabinet, zeker voor RMTK. D66 zelf had weinig mankracht, en leverde naast de Premier slechts 1 andere Minister. En met een Premier zonder enige ervaring konden de vaak zeer rechtse Ministers van de coalitiepartners in redelijk veel vrijheid hun gang gaan zonder al te veel bemoeienis. Een sprekend voorbeeld is de controversiële Minister SabasNL (SNV) van BZK. Hij begon een politiek gekleurd onderzoek naar ''buitenlandse inmengen'' bij de linkse LPU. Dit was niet gebaseerd op enig bewijs en ging in tegen de wil van de Kamer, maar werd toch doorgezet in de hoop de partij electoraal te kunnen schaden.
Wat is de prijs van het Pluche? In dit geval blijkbaar onderdeel moeten uitmaken van een van de meest Rechtse Kabinetten van RMTK, en instemmen met zeer rechts beleid.

Vooruit dan maar…

Kabinet-Quintionus I zat niet lang, want de verkiezingen stonden al bijna voor de deur. Toch was dit genoeg tijd voor de coalitie om zoveel mogelijk beleid door de Kamer te jagen als ze konden. Voor linksere partijen kon de 6e verkiezing van RMTK niet snel genoeg komen.
De 6e verkiezing van RMTK zag slechts een kleine politieke verschuiving. D66 en GROEN verloren ieder 2 zetels en eindigde net als de LPU met 5 zetels, maar D66 had de meeste stemmen gekregen en was officieel de grootste partij, net als GROEN weer officieel de 2e partij was geworden. De LPU had haar 5 zetels van de eerdere PSP-CPN fusie behouden, en de Kamer zag een groei voor FVD, het verdwijnen van de SVN en twee nieuwkomers in de vorm van de ChristenUnie en Lijst Th8, een Anarcho-Kapitalistische eenmanslijst van de recent in de politiek teruggekeerde Th8.
Alles wijst erop dat de formatie voor een nieuw Kabinet zeer moeilijk verliep. D66 had het liefst naar links bewogen, mogelijk waren ze eindelijk wakker geworden met een rechtse kater van Kabinet-Quintionus I. Quintionus, nu met iets meer ervaring op RMTK en iets stevig in zijn schoenen, wou graag een progressieve richting op om de ergste schade van het vorige Kabinet te herstellen, of hier op zijn minst niet verder in gaan. Ondanks deze hoop zou dat er niet van komen.
Met dank aan de nog steeds slechte relatie met GROEN en grote druk van VVD die alle andere opties afwees, ging D66 uiteindelijk mee in onderhandelingen tussen D66, FVD, VVD en Lijst TH8 over het vormen van Kabinet-Quintionus II.
Zoals al eerder gezegd verliepen de onderhandelingen moeizaam. De partijen konden het over geen van alle grote punten eens worden: Immigratie, Financiën, Klimaatbeleid, een Woningfonds, de onenigheden hielden maar niet op. Wat volgde was een kort en vaag Centristisch Regeerakkoord zonder grote plannen dat meer de status-quo leek te proberen te behoeden dat met nieuw beleid komen. Geen van de partijen was er gelukkig mee, maar het moest door de druk van een inmiddels zeer lang formatieproces wel worden ingediend. Alle grote punten waar ze nog niet uit waren gekomen werden voor zich uitgeschoven, om op een later moment in de regeerperiode op te pakken zodra ze er een compromis over zouden kunnen sluiten.
Het Regeerakkoord van Kabinet-Quintionus II sprak boekdelen over hoe alle betrokkenen naar deze nieuwe coalitie keken: de titel was ''Vooruit dan maar''.

De Progressievelingen:

Probleem: Je bent Minister en zit in een Kabinet waarin alle progressieve voorstellen worden tegengehouden door de conservatieve vleugel van het Kabinet en alle conservatieve voorstellen tegengehouden door de progressieve vleugel van het Kabinet. Wat doe je dan als rebelse Minister? Om de Coalitie heen natuurlijk!
Enkele hooggeplaatste Ministers van D66 en Lijst TH8 (die in de praktijk een stuk linkser en progressiever bleek dan op het Anarcho-Kapitalistische verkiezingsprogramma) vormde samen met een aantal gelijkgestemde Kamerleden van de coalitie & een aantal Kamerleden van de LPU een geheime chatgroep onder de naam De Progressievelingen. Het doel was op progressieve moties te schrijven en in te laten dienen door leden van de Oppositie of een enkel opstandig Kamerlid van de coalitie. Zodra de Kamer deze moties had aangenomen zou de Coalitie gedwongen zijn hier iets mee te doen, en konden de progressievere Ministers ze uitvoeren met het excuus dan de Kamer het had aangenomen (vaak hadden deze Minister zelf de ingediende motie voor het Kamerlid geschreven, of hadden er op zijn minst een hand in gehad). Doelbewuste sabotage van binnenuit dus.
Dit alles gebeurde in het diepste geheim en uit het zicht van partij -en Coalitiegenoten. Zelfs de Sec-Gen zou uit de loop zijn gehouden. Helaas zijn alle chats en bewijzen uit die periode verloren gegaan, waardoor het niet meer mogelijk is om een concrete lijst met leden de Progressievelingen-groep vast te stellen. Wel is duidelijk dat een aantal hooggeplaatste leden van de partijen D66, TH8, LPU hierin de meest prominente rol speelde, en dat ook GROEN later zou aanhaken.

Ruzie, Ruzie en nog meer Ruzie:

Dit complot om het Kabinet bij te sturen is iets, zoals u zich misschien kunt voorstellen, wat nooit langdurig goed kon gaan. Er was praktisch een alternatieve linkse Coalitie ontstaan binnen de zittende Regering die het van binnenuit saboteerde.
Er ontstonden felle ruzies binnen het Kabinet over de gang van zaken. Duidelijk was voor de VVD en FVD dat er op de achtergrond mensen bezig waren aan de stoelpoten van het Kabinet te zagen, maar concreter dan ''een boos en opstandig Kamerlid'' konden ze het aan het begin niet maken. Met grote regelmaat waren er felle discussies over ingediende moties, waarbij de gehele Coalitie zich regelmatig gedwongen zag om ze samen weg te stemmen om een coalitiebreuk te voorkomen.
Ook waren er grote individuele ruzies. Een conflict tussen Premier Quintionus en OCW-Minister SabasNL (inmiddels VVD) werd publiekelijk uitgevochten nadat de Onderwijsminister eerder gedwongen door de Premier uit het Kabinet gezet had moeten worden. Wat de reden hiervoor precies was weet niemand meer, maar het conflict was heftig genoeg dat er door de ex-onderwijsminister uiteindelijk een officiële klacht was ingediend bij de RMTK-Raad.
Uiteindelijk zouden alle ruzies en onenigheden over het beleid en de koers van het Kabinet de Coalitie opbreken, zoals iedereen al vanaf dag 1 had kunnen zien aankomen. Nadat er naar D66 werd gelekt dat VVD, FVD, CU gesprekken waren begonnen voor een Coalitie zonder D66 begon deze partij onmiddellijk met gesprekken met LPU, GROEN en Lijst TH8 voor een alternatieve linkse Coalitie. Zelfs het oude conflict met GROEN zou voor D66 aan de kant worden geschoven om aan de macht te kunnen blijven. Wat niet bekend was bij het linkse kamp was dat deze Rechtse partijen gesprekken waren begonnen omdat zij dachten dat de Linkse partijen gesprekken waren begonnen over een nieuwe Coalitie zonder VVD en FVD. Voor bijna 24 uur wist iedereen van iedereen dat de ander bezig was met het formeren van een alternatieve Coalitie om het andere kamp voor te zijn. In deze dag van de lange messen kregen LPU en GROEN veel toezeggingen om te voorkomen dat ze zouden ingaan op aanboden om te gaan formeren met de VVD, FVD en CU. De dag erna viel het Kabinet formeel, en volgde een korte formatie voor een zeer linkse Coalitie van D66, GROEN, LPU en TH8. Kabinet-Quintionus III was een feit.

Van Rechts naar Links:

Van een van de meest Rechtse coalities uit de geschiedenis van RMTK naar Centristisch Status-Quo naar een van de meest Linkse coalities uit de geschiedenis van RMTK gaat is een hele prestatie, zeker binnen zo’n korte periode.
Net zoals met eerdere titels van Regeerakkoorden gaf deze ook een prachtig beeld: De titel was ''Breedlinks maar dan Breder: Antifa? JA!''. Een Kabinet met voormalig partijleider van de Communistische Partij OKELEUK op Financiën, met een economisch beleid dat lijkt te bestaan uit CO2 -en klimaatbelastingen op alles wat beweegt of bestaat en nog net geen verplichte inkomensafhankelijke sojaburgers, dat zal nog eens leuk worden. Net als het verplicht opnemen van 100.000 vluchtelingen tijdens de regeerperiode van het Kabinet en het terugdraaien van het halve beleid dat tijdens Kabinet-Quintionus I was doorgevoerd.
De ideologie van de Premier leek te bestaan uit Pluche op #1, en ideologische consistentie ergens achteraan. Zelf claimde hij later dat 'Het trauma van Quint-I' de drijvende kracht hierachter was, in een poging om de schade wat te herstellen. Maar we kunnen naar alle redelijkheid ook stellen dat het net zo goed om politieke macht en behoud van het Torentje ging.

Verschroeide Aarde:

Dit nieuwe Kabinet had 16 van de 25 zetels in de Tweede Kamer in handen, een ruime meerderheid. Maar in de Eerste Kamer lag dat anders, daar had de Oppositie en Coalitie evenveel zetels (zoals toen nog gebruikelijk was). Dit was om de Eerste Kamer te de-politiseren, en de EK als een onafhankelijk en controlerend instituut te behouden zodat een Coalitie niet zomaar alles automatisch zou kunnen doordrukken.
Dit zorgde ervoor dat veel beleid uit het Kabinet met ruime meerderheid door de TK ging, maar sneuvelde in de EK. Er kunnen goede argumenten gemaakt worden dat niet alle voorstellen inhoudelijk even goed in elkaar zaten, net als dat de Oppositie overijverig was in het vinden van technische details om voorstellen in de Eerste Kamer af te keuren. Allebei speelde waarschijnlijk een rol. Tegelijkertijd weigerde het Kabinet eerder aangenomen Moties met een rechts karakter uit te voeren, en was er onder enkele Ministers een zeer lage activiteit. Het gevolg zou een steeds grotere frustratie en poging om elkaar tegen te werken door zowel Coalitie als Oppositie zijn. Er was hoe dan ook geen enkele goodwill meer te vinden tussen beide kampen.
Intern liep het binnen het Kabinet ook niet allemaal koek en ei, en dreigde er regelmatig Ministers op te stappen of het Kabinet op te blazen als hun beleid niet zou worden uitgevoerd. Stress, frustratie en een strategie van verschroeide aarde zetten alles op scherp, en het Kabinet klem. Het was alles of niets geworden.

De Quintionus-Putsch:

Alles bij elkaar stond iedereen op scherp, en handelde iedereen in reactie op elkaar steeds extremer, opgejut door de meest radicale karakters aan beide kanten. Het hoogtepunt en kookpunt zou uiteindelijk tot een door Premier Quintionus ingediende Kamerbrief leiden, die door het Presidium zou worden geweigerd. Deze Kamerbrief werd gelekt naar de Oppositie en omgedoopt tot de Quintionus-Putsch.
Deze nu beruchte Kamerbrief informeerde het Kabinet de Staten-Generaal over het besluit om 'uit naam van de vrijheid en het democratische mandaat van het Kabinet' een aantal wetsvoorstellen per Koninklijk Besluit om de Kamer heen door te voeren, omdat de sabotage en onwil van de Oppositie in de Eerste Kamer regeren onmogelijk had gemaakt en deze zware stap noodzakelijk was geworden 'uit bescherming van de rechtstaat en de Nederlandse instituten'. De Kamerbrief eindigde met de kreet ''Leve Nederland, Leve de Republiek!''
De Oppositie blokkeerde wetsvoorstellen in de Eerste Kamer, dus het Kabinet dreigde de wetsvoorstellen over te gieten in de vorm van een Koninklijk Besluit en deze zonder de input van de Staten-Generaal door te drukken en uit te voeren, net als het ontmantelen en verzwakken van al bestaande wetgeving in kleine stapjes per Koninklijk besluit. Ieder rationeel denkend mens zou dit moeten zien als wat het was: een redelijk autoritaire machtsgreep om per decreet te regeren en het Parlement aan de kant te schuiven.
De Oppositie reageerde vel en met spoed. In een door de voltallige Oppositie ondertekend spoeddebat werd dit plan met de sterkst mogelijke termen veroordeeld, het onmiddellijke ontslag van het volledige Kabinet geëist en een stemming verzocht over een spoedvoorstel om de Hoge Raad een Artikel 119-procedure voor te leggen ter vervolging van alle leden van het huidige kabinet en eventuele samenzweerders. Dit was in de ogen van de Oppositie een staatsgreep, niets meer en niets minder. En ondanks de volledige objectiviteit van uw verslaggever kan onze redactie ook niet anders oordelen dan dat ze tot zekere hoogte een punt hadden. De Putsch was een extreem autocratische handeling geweest om de democratische instituten buiten spel te zetten, en vervolging voor hoogverraad klinkt in zo'n geval niet meer dan logisch.
De andere kant van het verhaal, dat het Kabinet geen andere opties meer had omdat de Oppositie alles blokkeerde, is een begrijpelijk argument. Maar de actie uit het Kabinet was in welk opzicht je het ook bekijkt veel te radicaal.
Wat was de oorzaak van de Putsch? Hoe had het zo ver kunnen komen? Het was voor iedereen hoe dan ook duidelijk dat het over en uit was, en dit Kabinet niet lang meer door kon. De Putsch was simpelweg te extreem geweest, en zelfs enkele Kamerleden uit de Coalitie begonnen te morren over de gang van zaken.
Wat publiekelijk niet bekend was, was dat Quintionus al enkele weken voor de Putsch met een aantal Kabinetsleden in gesprek was over mogelijk vroegtijdig aftreden. Een combinatie van een enorme hoeveelheid stress, oververmoeidheid, opjutten door de meest radicale Ministers van het Kabinet en andere kwalen hadden ervoor gezorgd dat er geen enkele ruimte meer was voor rationeel handelen of denken. Afzwaaien was op termijn voor zichzelf al lang duidelijk, de vraag was niet óf, maar wanneer. Dit jaar van Zout zou eindigen in een ongekende en ongezonde hoeveelheid zout. Zoveel zout dat het een autocratische machtsgreep een acceptabel genoeg voorstel was geworden voor een Kabinet en Premier om in te dienen. Waarlijk een waardig einde voor een jaar van extremen.
Onder zware druk van de Oppositie trad Quintionus enkele dagen na het spoeddebat af als Minister-President, en ook als Partijleider van D66. Hij zou voor de aankomende periode zich uit de politiek terugtrekken. Het doek was gevallen voor het laatste Kabinet-Quintionus.
Defensieminister en Partijvoorzitter 123Ricardo210 volgde hem op als Partijleider van D66. Ondanks persoonlijk grote hoop op het Premierschap tijdens een snelle formatie tussen D66, VVD, FVD en CU zou hij uiteindelijk misgrijpen. VVD, FVD en CU hadden geen vertrouwen in nóg een Premier van D66, en schoven oud-Premier Vylander naar voren, die daardoor na bijna een jaar sinds het aftreden van zijn eerste Kabinet weer terugkeerde in het Torentje. Het Vylander-loos tijdperk was ten einde. Ironisch genoeg zou de Premier die door de Oppositie van dictatoriaal en autocratisch gedrag werd beschuldigd door diezelfde Oppositie vervangen worden door een Premier met een autoritaire persoonlijkheidscult.

Gevolgen en Reflectie:

Na drie maanden van Kabinet-Vylander II brak de 7e verkiezing van RMTK aan. Dit was de eerste gesimuleerde verkiezing van RMTK en gaf een politieke aardverschuiving. Niet lang voor de verkiezing was Quintionus overleden aan een ernstige lavendelallergie. De LPU was tijdens een kortstondige ban van Partijleider OKELEUK gecoupt door een groep jonge partijleden, en omgevormd tot de Sociaaldemocratische SDAP. De 7e verkiezing was niet meer afhankelijk van haar resultaten van TNL, maar van het gesimuleerde gedeelte.
De VVD was de grote winnaar met 6 zetels, en was voor het eerst in haar geschiedenis de grootste op RMTK. De SDAP eindigde met 5 zetels en anti-monarchistische nieuwkomer RPN won 3 zetels. D66 en GROEN waren de grote verliezers, en kregen respectievelijk 3 en 2 zetels. Niet lang na de verkiezing zou GROEN zichzelf opheffen, haar leden stapte over naar D66 en RPN.
De verkiezing bracht een einde aan de macht van de twee traditioneel grootste partijen: D66 zou nooit meer de grootste partij zijn of tot de grootste behoren, en GROEN zou zichzelf opheffen. Beide partijen zouden nooit meer een Premier leveren.
Terugkijkende op de Putsch is makkelijk te zeggen dat het averechts heeft gewerkt. Echter, sommigen betrokken politici zouden later beargumenteren dat de Putsch gerechtvaardigd was, dat de Oppositie zo extreem was geweest in zijn obstructie dat het Kabinet geen keus had gehad. De Putsch is het kroonpunt van een jaar van zout, van vijf Kabinetten, drie Premiers en een hele berg conflicten en zout. En hoe gaat iemand van geen ervaring op RMTK direct door naar Partijleider van de grootste partij naar Premier zonder enige ervaring? En van een extreemrechtse Regering naar een extreemlinkse Regering naar autocraat? Het jaar van zout is een jaar waarin extremen normaal werden, vol verandering en conflict. Alleen de geschiedenis kan beoordelen of de keuzes in deze periode goed of fout waren.
Voor Andere Tijden RMTK, dit was Hans Goedkoop.
*Volgende keer in Andere Tijden RMTK: Een uniek experiment met een volledig ingesproken videoversie van Andere Tijden!
submitted by Der_Kohl to RMTKMedia [link] [comments]

KuCoin Academy Les 11: Er komt een bullmarkt aan, maar uw geld is beperkt. Hoe kunt u uw winst vergroten?

Nieuw bij crypto? Maakt u zich geen zorgen. Blijf op de hoogte van KuCoin en binnenkort word je een crypto expert!
We hebben het KuCoin Academy-programma gelanceerd, dat onderwerpen behandelt van crypto-basics tot handelskennis. Na het leren van elke les kun je beloningspunten verdienen! De beste studenten met de hoogste punten eind augustus krijgen KuCoin Merchandise en KuCoin VIP-kwalificaties!
Hier komt de 11e les: er komt een bullmarkt aan, maar uw geld is beperkt. Hoe kunt u uw winst vergroten? In deze les leer je: * Wat is marginhandel? * Voordelen en nadelen van marginhandel * Margin trading voorbeeld * Wat is de handel in futures? * Voordelen en nadelen van futures handel * Wat zijn de verschillen tussen margin en futures handel?
Nadat je het artikel hebt doorgenomen, maak je deze quiz af om tot wel 100 punten te verdienen! Ook hebben we elke werkdag om 15:00:00 (UTC + 8) een pop-upquiz in de KuCoin Telegram groep, dus doe mee als je kunt!
Blijf op de hoogte van KuCoin en laten we samen leren en verdienen!
Om onze eerdere artikelen te lezen, bekijk het Officiele KuCoin Academy Medium kanaal Heb je nog geen KuCoin account? Meld u dan hier aan
submitted by KuCoinNetherlands to u/KuCoinNetherlands [link] [comments]

Vraag i.v.m. Turbo's, Sprinters bij ING

Concreet: Ik zoek iemand met ervaring in het handelen van Sprinters BEST of Sprinters van ING die twee vraagjes kan beantwoorden.
Na wat ervaring op te bouwen in het handelen van aandelen en ETF's, heb ik wat cash opgebouwd waarvan ik een deel in high risk, high reward beleggingsvormen wil investeren. Ik heb veel zitten lezen over hefboomproducten en opties, maar uiteindelijk spreken de Sprinters BEST van ING mij het meest aan in werking en risico-winst verhouding.
  1. Op mijn handelsplatform DEGIRO worden de Sprinters van ING aangeboden, maar de bied- en laatprijzen komen niet overeen met de prijzen die worden weergeven op de site van ING. Als ik het goed begrijp komt dit omdat je via DEGIRO via de Euronext Amsterdam handelt, en als je je account op ING gebruikt dan handel je rechtstreeks met ING via CATS. Klopt dit? Dan lijkt het mij voordeliger om Sprinters te handelen via ING omdat je dan quasi perfecte liquiditeit hebt?
  2. In de informatiedocument (EID) van DEGIRO over de Sprinters, staat bij de samenstelling van de kosten enkel een rente van ongeveer 2% op het financieringsniveau op jaarbasis. Maar bij een voorbeeld van kosten wordt gesproken van een "effect op rendement (RIY) op jaarbasis" dat altijd veel hoger is en toeneemt met de hefboom. Ik snap niet hoe ze tot dit cijfer komen, want het is toch enkel die rente die invloed heeft op je rendement?
Ik hoop dat mijn vraagstelling een beetje duidelijk is. Alvast bedankt!
submitted by Qewton to BeurspleinBets [link] [comments]

Vraag i.v.m. Turbo's, Sprinters bij ING

Concreet: Ik zoek iemand met ervaring in het handelen van Sprinters BEST of Sprinters van ING die twee vraagjes kan beantwoorden.
Na wat ervaring op te bouwen in het handelen van aandelen en ETF's, heb ik wat cash opgebouwd waarvan ik een deel in high risk, high reward beleggingsvormen wil investeren. Ik heb veel zitten lezen over hefboomproducten en opties, maar uiteindelijk spreken de Sprinters BEST van ING mij het meest aan in werking en risico-winst verhouding.
  1. Op mijn handelsplatform DEGIRO worden de Sprinters van ING aangeboden, maar de bied- en laatprijzen komen niet overeen met de prijzen die worden weergeven op de site van ING. Als ik het goed begrijp komt dit omdat je via DEGIRO via de Euronext Amsterdam handelt, en als je je account op ING gebruikt dan handel je rechtstreeks met ING via CATS. Klopt dit? Dan lijkt het mij voordeliger om Sprinters te handelen via ING omdat je dan quasi perfecte liquiditeit hebt?
  2. In de informatiedocument (EID) van DEGIRO over de Sprinters, staat bij de samenstelling van de kosten enkel een rente van ongeveer 2% op het financieringsniveau op jaarbasis. Maar bij een voorbeeld van kosten wordt gesproken van een "effect op rendement (RIY) op jaarbasis" dat altijd veel hoger is en toeneemt met de hefboom. Ik snap niet hoe ze tot dit cijfer komen, want het is toch enkel die rente die invloed heeft op je rendement?
Ik hoop dat mijn vraagstelling een beetje duidelijk is. Alvast bedankt!
submitted by Qewton to beleggen [link] [comments]

W0086: Wet ter verlenging van de levensduur van elektrische en elektronische apparatuur

Wet ter verlenging van de levensduur van elektrische en elektronische apparatuur

Voorstel van wet

dekoul, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz.
Maakt bekend: Door de regering en de Staten-Generaal gezamenlijk is, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, vastgesteld:

ARTIKEL I

  1. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. consumentenkoop: consumentenkoop zoals bedoeld in Artikel 5 van het Burgerlijk Wetboek Boek 7;
b. consumentenelektronica: elektrische en elektronische apparatuur dat bedoeld is voor de consumentenkoop;
c. elektrische en elektronische apparatuur: apparaten die afhankelijk zijn van elektrische stromen of elektromagnetische velden om naar behoren te werken en apparaten voor het opwekken, overbrengen en meten van die stromen en velden en die bedoeld zijn voor gebruik met een voedingsspanning van maximaal 1 000 volt bij wisselstroom en 1 500 volt bij gelijkstroom;
d. reparateur: een persoon die bedrijfsmatig elektrische of elektronische apparatuur herstelt.
  1. Deze wet is niet van toepassing op tweedehandsproducten.

ARTIKEL II

Het is de fabrikant onderscheidenlijk importeur van elektrische en elektronische apparatuur verboden om dat apparatuur op de markt te introduceren of in gebruik te nemen, indien met betrekking tot dat product niet wordt voldaan aan de bij of krachtens deze wet gestelde eisen.

ARTIKEL III

Elektrische en elektronische apparatuur dient te worden ontworpen zodat het redelijk kan worden verwacht een reparateur de onderdelen van het product kan vervangen met reserveonderdelen:
a. met behulp van gewoonlijk beschikbaar gereedschap;
b. met behulp van de informatie over het herstellen van het product verkrijgbaar gemaakt door de fabrikant onderscheidenlijk importeur;
c. zonder permanente schade aan het apparaat te verrichten.

ARTIKEL IV

Consumentenelektronica dient te worden ontworpen zodat het redelijk kan worden verwacht de eigenaar van het product de onderdelen van het product kan vervangen met reserveonderdelen:
a. zonder gespecialiseerde opleiding in het herstellen van elektrische en elektronische apparatuur;
b. met behulp van een eventuele duidelijke in de Nederlandse taal geschreven informatie van de fabrikant onderscheidenlijk importeur dat met het product wordt verkocht oftewel gratis toegankelijk is op het internet,
c. met behulp van gewoonlijk beschikbaar gereedschap;
d. zonder permanente schade aan het apparaat te verrichten.

ARTIKEL V

  1. De fabrikant onderscheidenlijk importeur van elektrische en elektronische apparatuur brengt op de markt reserveonderdelen die nodig zijn voor het herstellen van de bedoelde apparatuur, aangezien de vraag naar deze reserveonderdelen.
  2. Het eerste lid is niet van toepassing in het geval dat minstens tien jaar is verstreken nadat het laatste exemplaar van het model op de markt is gebracht, er vervangende elektrische of elektronische apparatuur op de markt is en het vervangen van de apparatuur het milieu duidelijk minder belast.

ARTIKEL VI

In de wet op economische delicten wordt aan het einde van artikel 1a, onder 1°, het volgende toegevoegd:
“Wet ter verlenging levensduur elektronica, artikel 5.”

ARTIKEL VII

Deze wet treedt in werking aan het begin van 2 februari 2022.

ARTIKEL VIII

Deze wet wordt aangehaald als: Wet ter verlenging levensduur elektronica.
Deze wet zal in het Staatsblad worden geplaatst en dient te worden uitgevoerd door allen die het aangaat.
Gegeven te Enschede, 04-04-2020

Memorie van toelichting

Huidige situatie

De wet op economische delicten stelt een lijst vast van handelingen die worden gezien als economische delicten en daardoor strafbaar zijn.
De wet op economische delicten is hier te bevinden: https://wetten.overheid.nl/BWBR0002063/2020-03-19#TiteldeelI_Artikel1a
Artikel 5 van het Burgerlijk Wetboek Boek 7:
“1. In deze titel wordt verstaan onder consumentenkoop: de koop met betrekking tot een roerende zaak die wordt gesloten door een verkoper die handelt in het kader van zijn handels-, bedrijfs-, ambachts- of beroepsactiviteit en een koper, natuurlijk persoon, die handelt voor doeleinden buiten zijn bedrijfs- of beroepsactiviteit.
  1. Wordt de zaak verkocht door een gevolmachtigde die handelt in de uitoefening van beroep of bedrijf, dan wordt de koop aangemerkt als een consumentenkoop, tenzij de koper ten tijde van het sluiten van de overeenkomst weet dat de volmachtgever niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf.
  2. De vorige leden zijn niet van toepassing indien de overeenkomst door leidingen naar de verbruiker aangevoerd water betreft.
  3. Indien de te leveren roerende zaak nog tot stand moet worden gebracht en de overeenkomst krachtens welke deze zaak moet worden geleverd voldoet aan de omschrijving van artikel 750, dan wordt de overeenkomst mede als een consumentenkoop aangemerkt indien de overeenkomst wordt gesloten door een aannemer die handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf, en een opdrachtgever, natuurlijk persoon, die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf. De bepalingen van deze titel en die van afdeling 1 van titel 12 zijn naast elkaar van toepassing. In geval van strijd zijn de bepalingen van deze titel van toepassing.
  4. Met uitzondering van de artikelen 9, 11 en 19a, zijn de bepalingen over consumentenkoop van overeenkomstige toepassing op de levering van elektriciteit, warmte en koude en gas, voor zover deze niet voor verkoop gereed zijn gemaakt in een beperkt volume of in een bepaalde hoeveelheid, alsmede op de levering van stadsverwarming en op de levering van digitale inhoud die niet op een materiële drager is geleverd, maar die wel is geïndividualiseerd en waarover feitelijke macht kan worden uitgeoefend, aan een natuurlijk persoon, die handelt voor doeleinden buiten zijn handels-, bedrijfs-, ambachts- of beroepsactiviteit.
  5. Voor de toepassing van de artikelen 9, 11 en 19a wordt een overeenkomst tussen enig persoon die handelt in het kader van zijn handels-, bedrijfs-, ambachts- of beroepsactiviteit en de natuurlijk persoon, die handelt voor doeleinden buiten zijn bedrijfs- of beroepsactiviteit, die zowel de levering van roerende zaken als het verrichten van diensten betreft, uitsluitend aangemerkt als consumentenkoop.”

Toelichting

De levensduur veel van elektronische apparaten wordt steeds korter. Het is te vermoeden dat dit opzettelijk wordt gedaan, omdat de producenten meer winst kunnen maken, als consumenten steeds nieuwe apparaten kopen. Volgens Industrieel ontwerper en onderzoeker Marcel den Hollander van TU Delft is de levensduur van elektronische apparaten tussen 2000 en 2005 met 20 procent verminderd. Als voorbeeld geeft hij een koptelefoon: in 2000 kon je er 10 jaar meedoen, maar in 2005 nog maar 8 jaar.
Er is sprake van een wegwerpmentaliteit in onze huidige economie. Dit geldt niet alleen voor elektronica, wordt het repareren van een apparaat opzettelijk moeilijker gemaakt, bijvoorbeeld door geen schroeven te gebruiken om te voorkomen dat de eindgebruiker het apparaat open kan maken.
Dit heeft een grote negatieve impact op klimaat en milieu. Het is duidelijk duurzamer om alleen één onderdeel te vervangen in plaats van steeds de hele apparaat. Deze wet is nodig om onze klimaatdoelen te halen en om de hoeveelheid gegenereerde afval te verminderen.
De Europese Unie heeft al enkele stappen gezet om het recht op reparatie te vast te stellen. Vanaf 2021 moeten wasmachines en koelkasten makkelijk repareerbaar zijn door een professionele reparateur en moeten fabrikanten professionele reparateurs voorzien met informatie en reserveonderdelen.
Deze wet gaat nog een stap verder. Het geld voor alle elektrische en elektronische apparaten. Consumentenelektronica moet ook repareerbaar zijn voor de consument, wat het repareren ook voor professionals eenvoudiger maakt. Als het apparaat niet aan deze regels voldoet, mag het niet worden verkocht op de Nederlandse markt.
De producent of invoerder moet ook genoeg reserveonderdelen maken voor de producten die op de markt worden gebracht. Anders krijgt het bedrijf een boete van maximaal 670 000 euro.

Ingediend door JohanCAvdM namens de regering

Deze lezing loopt tot en met vrijdag, 24-april

submitted by GERDI-RMTK to RMTK [link] [comments]

WALUIGI OF NIE?

Waluigi is het ultieme voorbeeld van het individu dat wordt gevormd door de betekenaar. Waluigi is een man die alleen in spiegelbeelden wordt gezien; verloren in een spiegelzaal is hij een weerspiegeling van een weerspiegeling van een weerspiegeling. Je begint met Mario - de gezonde, volledig Italiaanse sanitair superman, je reflecteert hem om Luigi te maken - hetzelfde maar iets minder. Je keert Mario om om Wario te creëren - Mario werd septisch en libertarisch - dan reflecteer je de inversie in de reflectie: je creëert een wezen dat alleen kan bestaan ​​in verwijzing naar anderen. Waluigi's identiteit komt alleen voort uit wat en wie hij niet is - zonder een breder referentiekader is hij niets. Hij is niet zijn eigen man. In een wereld waar onze identiteit wordt gevormd door onze verwrongen relaties met merken en handel, zijn we allemaal Waluigi.
& # X200B;
\ - I, We, Waluigi: een postmoderne analyse van Waluigi door Franck Ribery
submitted by Holohoax_moviemyth to kopieerpasta [link] [comments]

Het historisch proces – hoe onderzoeken historici het verleden? (Een essay)

Regelmatig wordt er in /thenetherlands iets gepost over onze geschiedenis. Soms gaat het om eenvoudige feiten – vandaag-heb-ik-geleerd stijl – en soms gaat om een visie op gebeurtenissen uit de geschiedenis en hoe wij daarmee omgaan. Dat laatste roept nog wel eens heftige discussies op, waarbij meestal ergens stellingen in de trant van “het was nu eenmaal zo” of “historici moeten feiten vastleggen, geen meningen geven” vallen. Dit soort stellingen getuigt van een misverstand over hoe de meeste historici tegenwoordig met hun vak omgaan. In deze post wil ik graag e.e.a. verhelderen. De post bestaat uit vier delen:

Geschiedenis en het verleden

Voordat we de geschiedenis induiken moeten we eerst helder hebben wat ‘geschiedenis’ eigenlijk is: geschiedenis is het beeld dat we hebben van wat mensen hebben gedaan en gedacht in het verleden. Dus:
1) De ‘geschiedenis’ is niet hetzelfde als het ‘verleden’. Het verleden is alles wat er ooit gebeurd is, de geschiedenis is daar een subset van.
2) Geschiedenis gaat over mensen, wat ze gedaan, gedacht en meegemaakt hebben. Historici houden zich in principe niet bezig met natuurlijke gebeurtenissen die geen effect hebben gehad op mensen – dat is het domein van paleontologen, biologen, geografen, etc.
3) Het gaat om het beeld dat we hebben van mensen in het verleden. Er is zo ontzettend veel gebeurd en er hebben zo ontzettend veel mensen geleefd dat we meteen vast kunnen stellen dat de geschiedenis hopeloos incompleet is. We kunnen slechts een klein deel te weten komen van wat er allemaal gebeurd is en we kunnen nooit een volledig beeld krijgen van het verleden.
Dat laatste is een groter probleem dan het misschien lijkt. Als we geen volledig beeld kunnen krijgen van het verleden, kunnen we dan wel een juist beeld krijgen? In de 19e eeuw werd daar nog niet zo moeilijk over gedaan. Historici, met als boegbeeld Leopold von Ranke, wilden de geschiedenis beschrijven zoals die daadwerkelijk gebeurd was. Begin 20e eeuw werd dat al te weinig wetenschappelijk gevonden, onder andere omdat er bijna alleen naar belangrijke personen – vrijwel altijd mannen – oorlogen en politiek werd gekeken. Men begon een visie op de geschiedenis te krijgen waarbij aan de ene kant meer naar patronen en verschijnselen op langere termijn gekeken werd en aan de andere kant ook meer naar de ‘gewone mens’. Daarna kwam er ook meer aandacht voor andere onderbelichte onderwerpen: niet-westerse geschiedenis, vrouwengeschiedenis, minderhedengeschiedenis.
In dit hele proces is het voor historici duidelijk geworden dat er niet één beeld is van het verleden; het hangt er maar vanaf met welke blik je ernaar kijkt. En als er niet één beeld is van het verleden, is er niet één geschiedenis: de geschiedenis bestaat niet! Wat is er dan wel? Daarvoor moeten we kijken naar hoe historici te werk gaan.

Het historisch proces – hoe onderzoeken historici het verleden?

Het proces dat historici doorlopen bij historisch onderzoek kan opgedeeld worden in vijf stappen.

Stap 1: Het stellen van een vraag over het verleden

Al het historisch onderzoek begint met een vraag. Zo’n vraag kan op allerlei manieren ontstaan: door het lezen van een boek of artikel, door een (ogenschijnlijke) tegenstelling in bronnen, door een geniaal idee onder de douche, enzovoorts. Er zijn geen foute vragen, al kan blijken dat een vraag niet te beantwoorden is. Het belangrijke hier is dat niet elke historicus dezelfde vraag zal stellen, zelfs niet als ze hetzelfde onderwerp onderzoeken.

Stap 2: Het zoeken van informatie

Op basis van de gestelde vraag kan een historicus informatie gaan verzamelen. Die informatie komt idealiter uit zoveel mogelijk verschillende bronnen: geschriften van personen die erbij betrokken waren, overblijfselen uit de tijd, archieven, maar ook werken van andere historici die al over het onderwerp of gerelateerde onderwerpen geschreven hebben. Het vinden van zoveel mogelijk verschillende bronnen is essentieel. Soms is dat lastig omdat er simpelweg weinig overgebleven is uit een bepaalde tijd, maar het tegenovergestelde komt ook voor: er zijn zo veel bronnen beschikbaar dat het moeilijk is te besluiten dat het genoeg is. Hoe, wat en waar je zoekt (en hoe lang) bepaalt wat je aan bronnenmateriaal vindt. Omdat niet elke historicus op dezelfde manier zoekt, zullen ze nooit helemaal dezelfde bronnen vinden, zelfs niet als dezelfde vraag onderzoeken.

Stap 3: Het organiseren van informatie

De verzamelde informatie moet worden georganiseerd, anders is het niet bruikbaar. Informatie uit verschillende bronnen moet worden gecombineerd, of één bron kan gebruikt worden om meer dan één ding te verklaren. Feiten moeten worden gescheiden van meningen, waarschijnlijke waarheden van mogelijke leugens. Sommige informatie kan als meer relevant of betrouwbaar beoordeeld worden dan andere informatie. Omdat dit een subjectief proces is, zal niet elke historicus informatie op dezelfde manier organiseren, zelfs niet als ze met dezelfde bronnen werken.

Stap 4: Het verklaren van gebeurtenissen of ontwikkelingen

Als de informatie georganiseerd is, kan de historicus beginnen met het verklaren van gebeurtenissen of ontwikkelingen die te maken hebben met de vraag die aan het begin gesteld is. Als er een goede bronnenselectie is geweest met veel verschillende bronnen zal een historicus vaak meerdere mogelijke verklaringen voor een gebeurtenis of ontwikkeling vinden. Een goede historicus zal hier ook echt alle mogelijke verklaringen vastleggen, maar dan nog is het mogelijk dat niet elke historicus tot dezelfde mogelijke verklaringen komt, zelfs niet als ze gebruik maken van dezelfde georganiseerde informatie.

Stap 5: Het construeren van een beeld van het verleden

De laatste stap is om de georganiseerde informatie en de mogelijke verklaringen te gebruiken om een beeld te vormen (construeren) van het verleden. Dit beeld van het verleden is dan te gebruiken om een antwoord te geven op de vraag. Een historicus kan de ene verklaring belangrijker of waarschijnlijker vinden dan de andere en die verklaring meer gewicht geven in het uiteindelijke beeld. Je ziet het vast al aankomen: niet elke historicus zal tot hetzelfde beeld van het verleden komen..
Het moge duidelijk zijn dat het historisch proces op zoveel punten subjectieve keuzes bevat dat de uitkomst nooit beschouwd kan worden als definitief vaststaand. Er zijn zeker dingen uit het verleden waar een brede consensus onder historici bestaat en waar we een vrij goed beeld van hebben, maar er zijn er veel meer waarvan we weten dat bestaande beelden incompleet zijn.

Een onschuldig voorbeeld

Voordat we controverses induiken zal ik een onschuldig voorbeeld geven van verschillende benaderingen van dezelfde vraag, te weten: “Waarom werd Karel de Grote tot keizer gekroond door de Paus?”. Dit is een relatief eenvoudige historische vraag waar aardig wat bronnenmateriaal bij te vinden is.
Een historicus zou op basis van bronnen en informatie kunnen antwoorden dat Karel de Grote de paus had geholpen in een burgeroorlog en dat het keizerschap zijn beloning was. De benadering van deze historicus heeft tot een vrij beperkt – maar volledig valide – beeld geleid.
Een andere historicus zou wat meer bronnen kunnen selecteren en uiteindelijk de kroning van Karel de Grote in de context van de val van Romeinse Rijk, de Germaanse volksverhuizingen en de groeiende christelijke kerk kunnen plaatsen. Deze benadering leidt tot een veel breder beeld van dezelfde gebeurtenis.
Dan is er een historicus die de vraag leest alsof het gaat om waarom Karel de Grote zich wilde laten kronen door de paus. Op basis van bronnen zou die historicus een beeld vormen waarbij Karel de Grote zichzelf zag als de opvolger van Romeinse keizers en waarbij Karel met de zegen van God (en de paus) nog meer macht zou kunnen verkrijgen in zijn eigen rijk.
Nog een andere historicus kan zich wat meer op christelijke bronnen richten omdat de vraag ook gelezen kan worden als “Waarom werd Karel de Grote tot keizer gekroond door de Paus?” Deze historicus richt zich op de religieuze en politieke motieven van de paus: met de kroning van Karel de Grote stelt de paus zichzelf boven de aardse vorsten, verzekert hij zichzelf van een bondgenoot in zijn oorlogen en creëert hij een makkelijk beïnvloedbare rivaal voor het irritante Oost-Romeinse Rijk.
Zo zijn er op deze relatief eenvoudige vraag al snel vier verschillende antwoorden, gebaseerd op verschillende beelden van het verleden. Met meer onderzoek zijn er nog meer beelden en antwoorden te vormen, want van wie was eigenlijk het idee om Karel de Grote tot keizer te kronen? En wie had er het meeste voordeel van?
Afhankelijk van zijn of haar doel kan een historicus ervoor kiezen om één van deze verklaringen naar voren te schuiven, of om een heel uitgebreid antwoord te formuleren waarin verschillende verklaringen verwerkt worden. Zelfs bij een uitgebreid antwoord kan er echter nooit gezegd worden dat een historicus “puur de feiten beschreven heeft” – het hele proces is doorweven met subjectieve keuzes, hoezeer een historicus zich daar ook bewust van is en hoezeer een historicus dat ook probeert te beperken.

Voorbeelden van /thenetherlands

We beginnen wat eenvoudig :)
In deze gif wordt een overzicht gegeven van de inpoldering in Nederland vanaf 1300. Een puur feitelijke weergave van wat er gebeurd is, maar toch zijn hier belangrijke keuzes gemaakt. De top comment maakt al duidelijk dat de strijd tegen rivierwater is genegeerd in de gif – dat is een (bewuste of onbewuste) keuze geweest van de maker. Iemand anders wijst erop dat er voor 1300 al interessante en relevante dingen gebeurd zijn in Friesland – de maker heeft dat dus genegeerd. Ook zijn er wat feitelijke onjuistheden – want niemand is perfect (of heeft de tijd voor perfectie). De keuzes en menselijkheid van de maker leidt er dus toe dat zelfs bij dit puur feitelijke onderwerp het beeld van het verleden op een bepaalde manier gekleurd is.
Dit is een crosspost naar een subreddit waar historici gedegen antwoorden op vragen publiceren. Als we het antwoord daar er even bij pakken, dan is te zien dat het een gedegen antwoord is waar zover ik kan zien geen feitelijke onjuistheden in zitten. Toch heeft de auteur keuzes gemaakt: hij heeft het in zijn antwoord alleen over de 17e eeuw, terwijl de vraag de 18e en 19e eeuw noemde. Is het zo dat er na de 17e eeuw niets relevants meer gebeurd is? Of is het niet belangrijk genoeg geweest? De auteur vindt blijkbaar dat een antwoord met alleen de 17e eeuw voldoende verklaart. Verder wordt in het antwoord de ‘moedernegotie’ (Oostzeehandel) niet genoemd. Heeft deze handel geen rol gehad in de ontwikkeling van de financiële sector? Of is het een ondergeschoven kindje waar deze historicus toevallig niet genoeg van weet? Of weet hij het wel maar heeft hij ervoor gekozen het er buiten te laten? En hoe zit het met de rol van de WIC, de zilvervloot en de slavenhandel? Ook hier heeft de auteur keuzes gemaakt. De lezer krijgt alleen het beeld te zien dat de auteur heeft geconstrueerd, waarbij er dus heel veel (al dan niet terecht) niet in dat beeld zit.
Ik heb even deze link gepakt, maar recent zijn er meer submissions geweest over het slavernijverleden van Nederland. Het is een complex onderwerp waar ik nu niet te diep op in wil gaan; ik wil me voor nu beperken tot het duiden van wat er op dit moment gebeurt.
Lange tijd is in het algemene beeld van de Nederlandse geschiedenis de slavernij onderbelicht geweest. De rol van Nederland werd geminimaliseerd, er werd (en wordt) gewezen naar ergere misdaden en er werd puur vanuit Nederlands perspectief naar gekeken. Langzaamaan is er meer aandacht gekomen voor de belevenissen van de slaven zelf en is de rol van Nederlandse schepen en handelaren wat dieper en realistischer onderzocht.
Nu zijn er mensen (waaronder historici) die ervoor kiezen om het slavernijverleden in een bredere context te plaatsen en te wijzen op de nadelen die nakomelingen van slaven nog steeds ondervinden en de voordelen die Nederlanders ook op lange termijn van de slavenhandel genoten hebben. Andere mensen (waaronder historici) kiezen ervoor om het slavernijverleden te plaatsen in de bredere context van die tijd: morele standpunten waren anders en allerlei landen en volkeren deden aan slavenhandel. Dat leidt tot een gigantische discussie waarbij allerlei zinnige en vooral onzinnige dingen gezegd worden.
Ik hoop dat het besef dat er niet één beeld van het verleden is maar dat men kan kiezen om een bepaald beeld te construeren de lezer wat grip kan geven op discussies over geschiedenis. Het hoeft niet zo te zijn dat de een helemaal gelijk heeft en de ander helemaal ongelijk. Afhankelijk van de gemaakte keuzes, kunnen beiden juist zijn (of onjuist, want niet elke keuze is zomaar valide/legitiem!)
Noot: 1. De middenmoot van dit essay heb ik eerder elders in het Engels gepubliceerd gehad onder een andere naam. 2. Het voorbeeld van Karel de Grote is gebaseerd op Havekes, H., Van Boxtel, C., Coppen, P.-A., & Luttenberg, J. (2012). Knowing and doing history: a conceptual framework and pedagogy for teaching historical contextualisation. International Journal of Historical Learning, Teaching and Research, 11(1), 72–93.
submitted by Guille_de_Nassau to thenetherlands [link] [comments]

Amendement van de leden Özütok en Diertens 35099-(R2114)-14 over de mogelijkheid in een geschil te voorzien via mediation

De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:   Aan artikel 1 wordt een lid toegevoegd, luidende:   3. Indien de leden van het voortgezet overleg, zoals bedoeld in artikel 12, derde en vierde lid, van het Statuut voor het Koninkrijk, zulks gezamenlijk overeenkomen, wordt voorzien in mediation. Bij koninklijk besluit wordt een mediator aangewezen. Indien een of meer van de leden van het voortgezet overleg de andere leden hiervan op de hoogte stelt of gedurende een periode van 2 weken door geen van de leden enige handeling is verricht, eindigt de procedure.   Toelichting   Indieners stellen voor om in de Rijkswet te verankeren dat op elk moment in de procedure een onafhankelijke neutrale derde kan worden aangezocht om te bemiddelen in het geschil. Indieners zijn ervan overtuigd dat de noodzakelijke onderlinge solidariteit binnen het Koninkrijk der Nederlanden verder wordt versterkt indien Koninkrijksgeschillen in goed onderling overleg onder leiding van mediators worden opgelost, in plaats van het activeren van de formele geschillenregeling. Daarbij komt dat van burgers steeds vaker wordt verwacht dat geschillen zonder tussenkomst van officiële instanties zoals de rechter worden opgelost. De landen dienen bij het oplossen van onderlinge geschillen het goede voorbeeld te geven aan hun burgers en liefst buiten officiële procedures om hun conflicten al dan niet met behulp van mediation in goed onderling overleg op te lossen.   Özütok   Diertens
  Datum: 2 juli 2019   Nr: 35099-(R2114)-14   Indiener: Nevin Özütok, Kamerlid GL   Voor:    ...   Tegen:  ...   Besluit:  ...   Bron:    tweedekamer.nl
submitted by kamerstukken-bot to kamerstukken [link] [comments]

Antwoord op vragen van het lid Kwint over het bericht dat er woede is over de woekerhandel in kaartjes voor een voetbalwedstrijd

Hierbij zend ik u mede namens de Minister van Justitie en Veiligheid en de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap de antwoorden op de vragen van het lid Kwint (SP) inzake het bericht dat er woede is over de woekerhandel in kaartjes voor een voetbalwedstrijd (kenmerk 2019Z03529).   Hoogachtend,   mr. drs. M.C.G. Keijzer   Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat   2019Z03529   1   Heeft u kennisgenomen van het feit dat er woekerhandel plaatsvindt bij de verkoop van kaarten voor Feyenoord-Ajax?   Antwoord   De berichtgeving daarover is mij bekend.   2   Bent u het met de Koninklijke Nederlandse Voetbalbond (KNVB) eens dat dit een bedreiging is voor het hele Nederlandse voetbal? Zo nee, waarom niet?   Antwoord   Samen met de KNVB, betaald voetbalorganisaties, politie, OM, gemeenten en supporters werkt de minister van JenV aan gastvrij en veilig voetbal. Het streven is om voetbalsupporters zonder al te veel beperkingen een wedstrijd te kunnen laten bezoeken.   Navraag bij de KNVB leert dat het doorverkopen van toegangskaarten als probleem wordt gezien voor het betaald voetbal in Nederland. Betaald voetbalorganisaties en de KNVB worden geconfronteerd met de negatieve effecten van de doorverkoop van toegangskaarten.   Door de doorverkoop van entreebewijzen lopen clubs het risico minder zicht te hebben op wie er in het stadion aanwezig is. Deze informatie is gewenst om bijvoorbeeld te voorkomen dat personen met een stadionverbod het voetbalstadion betreden. Ook kan er niet op worden toegezien of de supporters in de juiste vakken (voor uit- of thuissupporters) terecht komen.   3   Hoe is de veiligheid in het stadion nog te waarborgen als de doorverkoop van voetbalkaarten zo makkelijk kan plaatsvinden?   Antwoord   Gelukkig verloopt het merendeel van de betaald voetbalwedstrijden zonder noemenswaardige incidenten. Zodra de KNVB of voetbalclub signaleert dat er sprake is van secundaire handel, dan blokkeren zij de toegangskaart(en) die middels secundaire handel verkregen is/zijn. Doorverkochte kaarten verliezen conform de Standaardvoorwaarden van de KNVB (die gelden tijdens voetbalevenementen) hun geldigheid. De Standaardvoorwaarden zijn op de website van de KNVB terug te vinden (gedeponeerd ter Griffie van de   Arrondissementsrechtbank te Utrecht onder nummer 181/2002). Dergelijke regels mag de club opstellen als voorwaarde voor toegang tot het eigen terrein. Dit kan leiden tot het verval van de geldigheid van de kaartjes en/of een landelijk stadionverbod van 18 maanden inclusief een geldboete van maximaal € 450,opgelegd door de KNVB.   Daarnaast zijn er vanuit het project 'Toegankelijk, gastvrij en veilig voetbal richting 2020' diverse maatregelen genomen om de veiligheid in en buiten de stadions te garanderen en het betaald voetbal een feest te laten zijn voor alle Onze referentie supporters. De maatregelen zijn onder te verdelen in een vijftal categorieën: 1444721 integrale persoonsgerichte aanpak, gastheerschap, safety, regierol gemeenten en samenwerken met supporters. Over de voortgang van dit project zal de minister van JenV u dit najaar informeren.   4   Wat vindt u van de reactie van Marktplaats, die zegt geen probleem te zien in de huidige situatie, ook al vindt er eventueel valse handel plaats?   Antwoord   Marktplaats benadrukt in haar reactie dat de hoge prijs voor de kaartjes voor een halve finale van het KNVB-bekertoernooi mede veroorzaakt wordt door het beperkte beschikbare aantal kaartjes voor het publiek. Desgevraagd geeft Marktplaats aan dat voor haar het uitgangspunt is dat alles op haar platform mag worden verhandeld tenzij dit bij wet niet is toegestaan. Marktplaats geeft aan tegelijkertijd op verschillende manieren te proberen misstanden tegen te gaan, bijvoorbeeld door aanbieders er op te wijzen rekening te houden met wettelijke of contractuele restricties. Ook heeft zij een meldingsprogramma dat aangesloten clubs waarschuwt als kaarten voor een wedstrijd op Marktplaats worden aangeboden. Daarnaast waarschuwt Marktplaats websitebezoekers die een "gezocht-advertentie" plaatsen nadrukkelijk voor oplichters, zoals aanbieders van valse kaartjes en doet ze zo nodig meldingen bij het Landelijk Meldpunt Internetoplichting. De redenering van Marktplaats over de wettelijke grenzen en de totstandkoming van de prijs kan ik volgen. Het is daarnaast bemoedigend om te constateren dat Marktplaats wel degelijk oog heeft voor het voorkomen van mistanden op hun platform.   5   Bent u op de hoogte van het Europese initiatief om woekerhandel tegen te gaan?   Antwoord   Ja.   6   Heeft u daarin ook kennisgenomen dat zij ook oproepen tot nationale wetgeving? Zo ja, waarom weigert u hiermee aan de slag te gaan?   Antwoord   Voor wat betreft nationale wetgeving verwijzen we u door naar antwoorden op eerdere Kamervragen van u (Aanhangsel 2018-2019, nr. 1160). Onze conclusie is dat een nationaal verbod op doorverkoop ineffectief en niet of nauwelijks handhaafbaar is. Daarnaast zou de doorverkoop zich na invoering van nationale wetgeving verplaatsen naar landen waar geen regulering is.   7   In eerdere antwoorden gaf u aan dat u de Autoriteit Consument en Markt (ACM) op de hoogte zou brengen van eventuele misleiding bij ticketverkoop, is de ACM inmiddels tot actie overgegaan? Zo nee, waarom niet?   Antwoord   De ACM is op de hoogte gebracht. De ACM ontvangt voortdurend vele signalen van uiteenlopende consumentenproblemen en moet keuzes maken over welke problemen zij aanpakt. Als onafhankelijke toezichthouder stelt zij zelfstandig haar prioriteiten. Deze afwegingen maakt de ACM op basis van onder meer de ernst van een misstand, het structurele karakter en de schade voor de consument. De ACM doet doorgaans geen uitspraken over de vraag of zij onderzoek doet in een 1444721 bepaalde sector, of wat de status is van eventuele lopende onderzoeken.   8   Wat is het resultaat van dat u deze problematiek in Brussel heeft aangekaart?   Antwoord   Tijdens de Onderwijs, Jeugd, Cultuur en Sportraad in november 2018 is het onderwerp besproken. Ook heb ik de Europese Commissie het verzoek gedaan om de grootte van de problematiek in kaart te brengen.   Het Europees Parlement en de Raad hebben recent in Brussel voorlopige overeenstemming bereikt over een richtlijn met maatregelen om het Europese consumentenrecht te moderniseren. Eén van deze maatregelen is een verbod voor handelaren om met gebruik van software meer kaartjes dan toegestaan te kopen met het doel om deze vervolgens door te verkopen. In het najaar van 2019 wordt over deze richtlijn een definitief besluit genomen.   9   Als u de uitspraak van een Duitse rechter een belangrijk signaal vindt dat woekerhandel niet wenselijk is, zou u een dergelijke uitspraak door een   Nederlandse rechter dan ook niet verwelkomen als er wél nationale wetgeving zou zijn? Zo nee, waarom niet?   Antwoord   Het is niet aan mij om een oordeel uit te spreken over een uitspraak van een rechter. Voor zover ik heb begrepen ging het in de Duitse zaak om   gepersonaliseerde tickets, waarvan de primaire ticketverkopers contractueel in de algemene voorwaarden hebben vastgelegd dat de doorverkoop daarvan uitsluitend via bepaalde platforms mag. In Nederland kunnen primaire ticketverkopers -op grond van de huidige wet- en regelgeving- ook dergelijke algemene voorwaarden verbinden aan de verkoop van gepersonaliseerde tickets. De uitspraak van de Duitse rechter lijkt mij dan ook een belangrijk signaal richting doorverkopers dat zij de algemene voorwaarden die aan toegangskaarten zijn verbonden respecteren.   10   Heeft u kennisgenomen van de data die is vrijgegeven, op last van een rechter, van doorverkoopwebsite ViaGoGo waaruit blijkt dat veel tickets door professionele woekerhandelaren worden doorverkocht?   Antwoord   De berichtgeving daarover is mij bekend.   11   Kunt u aangeven of dit ook geldt voor de Nederlandse variant van deze site?   Antwoord   Daar heb ik geen zicht op. De uitspraak waaraan u refereert heeft betrekking op de Engelse situatie.   12   Bent u bereid onderzoek te doen naar de totale omvang van deze problematiek? Zo nee, waarom niet?   Antwoord   Ik heb niet de middelen tot mijn beschikking om de totale omvang van deze problematiek in kaart te brengen, aangezien het hier gaat om een grensoverschrijdende aangelegenheid. Daarom ben ik aan het inventariseren wat de mogelijkheden zijn op Europees niveau.   13   Bent u bereid regels op te stellen, bijvoorbeeld naar Engels voorbeeld, zodat ook Onze referentie websites die in Nederland opereren hun data openbaar moeten maken zodat 1444721 duidelijk wordt wat het aandeel woekerhandelaren is? Zo nee, waarom niet?   Antwoord   De "court order" van de Britse toezichthouder is gebaseerd op Europees geldende regelgeving over consumentenbescherming en enkele nationale aanvullingen specifiek voor ticketverkoop. In het bijzonder dienen vermeld te worden de nominale waarde van een kaartje en namens wie een tussenpersoon handelt. Wellicht ten overvloede, in Nederland is het ook zonder specifieke ticketwetgeving verplicht om de belangrijkste kenmerken en voorwaarden van het ticket te vermelden (waaronder bijvoorbeeld plaats en eventuele beperkingen ten aanzien van doorverkoop). Daarnaast dient de consument ook te worden geïnformeerd over de identiteit en hoedanigheid van de verkoper (waaronder het feit dat het om secundaire verkoop gaat). Net als de Britse autoriteit nu heeft de ACM hier in het verleden ook op toegezien. Zoals ik eerder heb aangegeven, zal ik omwille van het grensoverschrijdende karakter en de handhaafbaarheid geen nadere nationale regelgeving opstellen.  
  Datum: 12 juli 2019   Nr: 2019D31035   Indiener: M.C.G. Keijzer, staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat   Bron:    tweedekamer.nl
submitted by kamerstukken-bot to kamerstukken [link] [comments]

Antwoord op vragen van de leden Van Haga en Bosman over de impact van het eenzijdig aangescherpte wapenexportbeleid voor de concurrentiepositie van de Nederlandse defensie-industrie

Antwoorden van de minister van Buitenlandse Zaken, de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, de minister van Defensie en de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat op de vragen van de leden Van Haga en Bosman (VVD) over de impact van het eenzijdig aangescherpte wapenexportbeleid voor de concurrentiepositie van de Nederlandse defensie-industrie (kenmerk 2019Z10767, ingezonden 29 mei 2019)   Vraag 1 Kunt u zich uw besluit om de export van militaire goederen naar de Verenigde Arabische Emiraten, Egypte en Saoedi-Arabië aan te scherpen, herinneren? 1) Kunt u zich tevens uw bewering herinneren dat geen sprake zou zijn van een eenzijdige aanscherping, aangezien ook Finland, Oostenrijk en Duitsland deze aanscherping zouden hebben toegepast? 2)   Antwoord Ja.   Vraag 2 Bent u bekend met het bericht 'Germany exporting weapons to Saudi Arabia and UAE'? 3)   Antwoord Ja.   Vraag 3 Bent u tevens bekend met het bericht 'German parliament approves sale of 6 heavy frigates to Egypt'? 4)   Antwoord Ja.   Vraag 4 Hoe verhouden de berichten over de Duitse export van militaire goederen aan respectievelijk Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten zich tot uw bewering dat Duitsland dezelfde aanscherping zou hebben toegepast als Nederland? Klopt het dat Duitsland - anders dan Nederland, dat volgens de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking een ‘presumption of denial’ hanteert waarbij geen goederen worden geëxporteerd, tenzij onomstotelijk vaststaat dat ze niet worden ingezet in de strijd bij Jemen 5) - geen ‘presumption of denial’ hanteert en vergunningen pas weigert als deze (waarschijnlijk) zullen worden ingezet in het kader van de oorlog in Jemen?   Antwoord Sinds oktober 2018 verstrekt Duitsland geen vergunningen voor de rechtstreekse uitvoer van Duits militair materieel naar Saoedi-Arabië. Duitsland hanteert daarmee een restrictiever beleid dan Nederland, aangezien Nederland geen volledige wapenexportstop heeft afgekondigd maar vergunningaanvragen op individueel niveau toetst aan de ‘presumption of denial’. De Duitse wapenexportstop voor leveranties van Duitse bedrijven aan Saoedi-Arabië is op 28 maart 2019 met zes maanden verlengd, tot 30 september 2019 en geldt voor nieuwe en bestaande aanvragen, als ook voor producten waarvoor reeds een vergunning was verleend, maar die nog niet geëxporteerd zijn. Voor producten uit gemeenschappelijke programma’s (met andere landen) en die Saoedi-Arabië of de Verenigde Arabische Emiraten als eindbestemming hebben, is vergunningverlening verlengd tot 31 december 2019. Het is daarbij de intentie van de Bondsregering dat samenwerkingspartners in die periode geen (definitief) afgemonteerde goederen aan deze twee landen uitvoeren en dat de betreffende producten uit gemeenschappelijke programma’s niet in de oorlog in Jemen tot inzet komen.[1]   Wat betreft rechtstreekse uitvoer van Duits materieel aan de Verenigde Arabische Emiraten geldt dat de toetsing van wapenexportaanvragen zeer restrictief is. Individuele aanvragen worden beoordeeld op de mogelijkheid of de betreffende goederen in de Jemen-oorlog tot inzet kunnen komen. De Duitse toetsing is daarmee restrictiever dan de reguliere toetsing aan de acht criteria uit het EU Gemeenschappelijk Standpunt inzake wapenexport.   Vraag 5 Kunt u beschrijven hoe het in november 2018 aan de Kamer medegedeelde besluit tot aanscherping van het beleid richting de drie eerder genoemde landen tot stand is gekomen? Kunt u daarbij in elk geval benoemen: - in welke mate is gekeken naar het beleid van andere naties met een significante defensie-industrie in de EU; - de potentiële gevolgen voor toekomstige en lopende orders voor de Nederlandse defensie-industrie; - de verwachte impact op de oorlog in Jemen?   Antwoord De aanscherping van het wapenexportbeleid ten aanzien van de Verenigde Arabische Emiraten, Saoedi-Arabië en Egypte berust op de constatering door de Group of Independent Eminent International and Regional Experts on Yemen (GoEE) dat de strijdkrachten van de genoemde landen in strijd met het humanitair oorlogsrecht handelen.   Bij het vormgeven van het aangescherpte beleid is met verschillende aspecten rekening gehouden. Zo is onder andere gekeken naar internationale verplichtingen inzake wapenexportbeleid (bijv. voortkomend uit het VN Wapenhandelverdrag en het EU Gemeenschappelijk Standpunt), gevolgen voor de diplomatieke en economische relaties met andere landen, economische gevolgen voor het bedrijfsleven en de verwachte impact op het conflict in Jemen.   Ten eerste is gekeken naar de internationale verplichtingen van Nederland. Nederland is – naast het EU Gemeenschappelijk Standpunt – ook gebonden aan het Wapenhandelverdrag. Dit verdrag schrijft onder andere voor dat lidstaten geen vergunning mogen afgeven wanneer de goederen gebruikt worden voor schendingen van humanitair oorlogsrecht of in aanvallen tegen burgerdoelen of burgers. De afgifte van vergunningen volgend op de constateringen van de GoEE lijkt daarmee moeilijk te verenigen met de verplichtingen uit het Wapenhandelverdrag.   Ten tweede is bij de totstandkoming van het aangescherpte beleid onderzocht in hoeverre andere EU-lidstaten vergelijkbare restricties hanteren. Zo is onder andere in de EU-verband een uitvraag gedaan hoe andere landen hun wapenexportbeleid richting landen die betrokken zijn in het Jemen-conflict vormgegeven. Daarbij heeft het kabinet geprobeerd andere landen ertoe te bewegen een vergelijkbaar restrictief beleid te hanteren als Nederland. De minister-president riep daartoe op tijdens de Europese Raad van 18 oktober 2018 (conform motie-Van Ojik c.s. van 17 oktober 2018, Kamerstuk 21 501-20, nr. 1368) en zo ook de minister van Buitenlandse Zaken in november 2018 tijdens een zitting van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties (conform motie-Sjoerdsma van 14 november 2018, Kamerstuk 21 501-02, nr. 1924). Wapenexportcontrolebeleid is echter een nationale bevoegdheid. Landen maken hierin een eigen afweging. Beleid van EU-partners is dan ook wel meegewogen, maar niet doorslaggevend geweest in de besluitvorming over de aanscherping van het Nederlandse beleid.   Ten derde zijn tijdens het besluitvormingsproces de gevolgen voor het Nederlandse bedrijfsleven meegewogen. Daarbij is in het bijzonder gekeken naar reeds afgesloten contracten waarvoor levering door de aanscherping van het beleid niet kan plaatsvinden. Dit kan naast de directe verliezen van contractbreuk ook leiden tot reputatieschade voor Nederlandse bedrijven en het mislopen van toekomstige contracten. Het vooraf bepalen van die toekomstige impact is echter moeilijk. Naast het Nederlandse wapenexportcontrolebeleid spelen veel andere factoren een rol bij eventuele (gemiste) opdrachten voor het bedrijfsleven.   Ten slotte heeft het kabinet ook gekeken naar het effect van het aangescherpte beleid op de situatie ter plaatse. Nederland is verantwoordelijk voor een bescheiden deel van de totale exporten van militaire goederen naar de landen betrokken in het conflict. De Nederlandse beleidswijziging heeft daarmee individueel wellicht een beperkte impact. Met de aanscherping heeft het kabinet willen voorkomen dat uit Nederland afkomstige militaire goederen aan de genoemde schendingen bijdragen. Dat is een doel op zich. Daarnaast heeft Nederland met de beleidswijziging een signaal afgegeven dat schendingen van humanitair oorlogsrecht niet zonder consequenties blijven. Nederland had daarbij liever een gezamenlijke antwoord gezien vanuit de Europese Unie en zal zich daarvoor ook blijven inzetten.   Vraag 6 Zijn de potentiële gevolgen van de beleidswijziging onderzocht door ambtenaren, of zijn er ook externen bij betrokken? Zo ja, welke?   Antwoord Bij de beleidsaanscherping zijn geen externe partijen betrokken geweest.   Vraag 7 Bent u bekend met het bericht 'Saudi Arabia signs warship construction deal with France's Naval Group'? 6)   Antwoord Ja.   Vraag 8 Bent u tevens bekend met het bericht 'Saudi Arabia in joint venture with Spain's Navantia to build navy vessels'? 7)   Antwoord Ja.   Vraag 9 Kunt u zich tot slot uw recente verwijzing naar de Tsjechische vergunningen voor voor de Verenigde Arabische Emiraten bestemde militaire goederen herinneren? 8)   Antwoord Ja.   Vraag 10 Toetsen de Franse, Spaanse, Tsjechische en Duitse regeringen wel of niet aan de acht criteria van het EU Gemeenschappelijk Standpunt inzake wapenexport? 9) Bent u, indien dit volgens u nog wel het geval is, van mening dat deze regeringen verkeerd toetsen, of zelfs bijdragen aan mensenrechtenschendingen?   Antwoord Alle EU-lidstaten zijn gehouden aan het EU Gemeenschappelijk Standpunt inzake wapenexport. De beoordeling van wapenexportvergunningaanvragen is een nationale bevoegdheid. EU-lidstaten beoordelen deze aan de hand van de informatie – waaronder bedrijfsvertrouwelijke informatie – waar zij op dat moment over beschikken. Het kabinet heeft geen inzage in deze gegevens en kan daardoor geen duidelijk oordeel vellen over de manier waarop bepaalde transacties door andere landen zijn getoetst.   Bovendien is Nederland voortdurend in overleg met andere EU-lidstaten over afgewezen vergunningaanvragen. Als EU-lidstaten een vergelijkbare aanvraag in behandeling hebben die eerder door Nederland is afgewezen, is die lidstaat verplicht om Nederland daarover te consulteren. Het kabinet grijpt dergelijke consultaties aan om afwijzingsgronden bij alle EU-partners te benadrukken. Nederland doet dit steevast zeer uitgebreid en transparant, en benadrukt in EU-verband het belang hiervan regelmatig. Op deze wijze draagt Nederland bij aan een zorgvuldige en consequente toepassing van het EU Gemeenschappelijk Standpunt inzake wapenexport. Overigens is Nederland niet het enige land dat vergunningaanvragen richting de Verenigde Arabische Emiraten afwijst. In 2017 zijn er door alle EU-lidstaten in totaal 19 aanvragen richting de Verenigde Arabische Emiraten afgewezen. Drie daarvan waren van Nederland.   Vraag 11 Deelt u de analyse dat er weliswaar sprake is van een EU Gemeenschappelijk Standpunt inzake wapenexport, maar geenszins sprake is van een gemeenschappelijke interpretatie, met als gevolg dat zowel het gemeenschappelijk standpunt als een gelijk speelveld worden uitgehold?   Antwoord Wapenexportcontrole is een nationale bevoegdheid. EU-lidstaten zijn zelf verantwoordelijk voor de toetsing van wapenexportaanvragen aan de acht criteria van het EU Gemeenschappelijk Standpunt inzake wapenexport. Omdat toetsing aan de acht criteria berust op een risico-inschatting bestaat er inderdaad ruimte voor interpretatie. Dit komt het gelijke speelveld niet ten goede. Daarom blijft het kabinet onverminderd inzetten op verdere harmonisatie van het EU-beleid en een gezamenlijk speelveld. De insteek daarbij is dat de gezamenlijke lat omhoog wordt gebracht. Zo is bijvoorbeeld op Nederlands initiatief het EU consultatiemechanisme ingericht dat ‘undercutting’ moet tegenaan. Als een EU-lidstaat een nagenoeg identieke aanvraag in behandeling heeft welke eerder door een andere lidstaat is afgewezen, moet de behandelende lidstaat de afwijzende lidstaat consulteren.   Verschillen ontstaan ook doordat landen vanuit nationale overwegingen aanvullende maatregelen – bovenop de acht EU-criteria – instellen. De aanscherping van het Nederlandse wapenexportcontrolebeleid ten aanzien van de Verenigde Arabische Emiraten, Saoedi-Arabië en Egypte is een voorbeeld van een dergelijke nationale maatregel bovenop de EU-criteria. Ook het restrictieve beleid van Duitsland, Finland en Zweden ten aanzien van de genoemde landen behoort tot deze categorie. Aangezien het een nationale maatregel betreft, zijn andere EU-lidstaten niet verplicht om deze aanscherping na te leven. Ook andere EU-lidstaten stellen regelmatig aanvullende nationale maatregelen in die leiden tot een restrictiever wapenexportcontrolebeleid bovenop de acht EU-criteria. Nederland is uiteraard niet gebonden aan restrictief nationaal beleid van andere EU- lidstaten.   Vraag 12 Kunt u zich de volgende uitspraak herinneren: “Indien uiteenlopende zorgvuldigheid van de toepassing van het EU Gemeenschappelijk Standpunt inzake wapenexport ertoe leidt dat de ene EU-lidstaat een vergunningaanvraag toekent welke eerder door een andere EU-lidstaat is afgewezen, heeft dat een negatieve uitwerking op het gelijke speelveld"? 10) Zo ja, kan hieruit worden opgemaakt, dat indien Nederland vergunningaanvragen afwijst zonder de verplichting hiertoe vanuit het EU Gemeenschappelijk Standpunt inzake wapenexport, het Nederlandse beleid een negatieve uitwerking heeft op het gelijke speelveld?   Antwoord Ja. Wanneer EU-lidstaten vanwege aanvullend nationaal exportcontrolebeleid restrictiever toetsen dan andere lidstaten, heeft dat een negatieve uitwerking op het gelijke speelveld. Dat geldt ook voor het restrictieve beleid dat een beperkt aantal lidstaten, waaronder Nederland, hanteert ten aanzien van Saoedi-Arabië, de Verenigde Arabische Emiraten en Egypte. Het kabinet acht dit onwenselijk en streeft daarom naar harmonisatie in EU- verband. De insteek is hierbij dat de gezamenlijke lat omhoog wordt gebracht. Verdere harmonisatie moet niet leiden tot een minder strikte toetsing, zoals ook werd benadrukt door de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking tijdens het VAO Wapenexport op 20 februari 2019.   Vraag 13 Welke impact heeft de Nederlandse regering volgens u op de internationale vrede en veiligheid wanneer de Nederlandse defensie-industrie geen goederen kan exporteren naar landen als de Verenigde Arabische Emiraten en Egypte, als andere EU-landen vervolgens wel een vergunning verlenen aan in hun land gevestigde producenten van militaire goederen?   Antwoord Het kabinet heeft niet de illusie dat het eigenhandig alle uitvoer van militaire goederen naar onveilige gebieden kan tegenhouden. Wapenexportcontrole dient te voorkomen dat uit Nederland afkomstige militaire goederen afbreuk doen aan de internationale vrede en veiligheid. Wel probeert het kabinet met behulp van de aangescherpte wapenexportcontrole andere landen ertoe te bewegen om een vergelijkbaar restrictief beleid te hanteren als Nederland. Zoals nader toegelicht in het antwoord op vraag 5 riepen zowel de minister-president (tijdens de Europese Raad van 18 oktober 2018) en de minister van Buitenlandse Zaken (november 2018 tijdens een zitting van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties alsmede tijdens de Raad Buitenlandse Zaken van 18 maart 2019) daartoe op. Ook daarmee heeft het Nederlandse wapenexportbeleid ook een uitwerking op de internationale vrede en veiligheid.   Vraag 14 Bent en blijft u voorstander van een alleingang van Nederland op het gebied van export van militaire goederen als andere Europese exporterende landen blijven exporteren naar de landen die onder het aangescherpte beleid vallen, en de enige impact een impact op de concurrentiepositie van de Nederlandse defensieindustrie is? Zo ja, wat gaat u hier aan doen met het oog op de concurrentiepositie van het Nederlandse bedrijfsleven?   Antwoord Het kabinet wil voorkomen dat uit Nederland afkomstige militaire goederen op negatieve wijze bijdragen aan internationale vrede en veiligheid. Nederland neemt hierin zijn verantwoordelijkheid, ongeacht de houding die andere landen innemen. Het aangescherpte wapenexportcontrolebeleid ziet daarop toe en heeft daarmee een bredere impact dan op de Nederlandse defensie-industrie alleen. Bovendien is Nederland niet het enige land dat een restrictief beleid hanteert ten opzichte van de genoemde landen. Zo hebben bijvoorbeeld ook Duitsland en Finland aanvullende maatregelen afgekondigd. Van een alleingang is dan ook geen sprake. Dit neemt niet weg dat het kabinet de nadelige uitwerking van het aangescherpte wapenexportbeleid op de belangen van de Nederlandse defensie-industrie (h)erkent en de negatieve gevolgen die daaruit voortvloeien betreurt.   Tegelijkertijd spreekt het kabinet in zijn Defensie Industrie Strategie de ambitie uit om, bijvoorbeeld met behulp van ons diplomatieke netwerk, Nederlandse defensiebedrijven te helpen om zich te positioneren op díe markten waar we de export van hun producten mogelijk (d.w.z. een gerede kans op een wapenexportvergunning) èn politiek wenselijk achten.   Vraag 15 Kunt u, desnoods in een bijlage, een overzicht verschaffen van alle lopende behoeftestellingen of orders vanuit de Verenigde Arabische Emiraten, Egypte en Saoedi-Arabië waar Europese bedrijven bij betrokken zijn, of - blijkens openbare bronnen – met het land in kwestie over in gesprek zijn?   Antwoord Het kabinet beschikt niet over een dergelijk overzicht.   Vraag 16 Klopt het dat Defensie op dit moment aanwezig is in de Verenigde Arabische Emiraten met een Forward Support Element, dat onder meer ondersteuning biedt aan beveiligingsteams van mariniers voor de antipiraterijmissie bij Somalië? 11) Maakt Defensie nog anderszins gebruik van faciliteiten in de Verenigde Arabische Emiraten, bijvoorbeeld landingsfaciliteiten waar vliegtuigen van de Koninklijke Luchtmacht gebruik van maken? Zo ja, welke?   Antwoord Ja, Defensie is in de Verenigde Arabische Emiraten aanwezig met een Forward Support Element dat onder meer ondersteuning biedt aan beveiligingsteams van mariniers voor de antipiraterijmissie. Daarnaast maakt Defensie gebruik van de Al-Minhad luchtmachtbasis in de Verenigde Arabische Emiraten en heeft hier landingsrechten.   Vraag 17 Hoe heeft de regering van de Verenigde Arabische Emiraten gereageerd op het in november 2018 gecommuniceerde besluit, in het bijzonder gezien de relatie die Nederland en de Verenigde Arabische Emiraten onderhouden op defensiegebied?   Antwoord De regering van de VAE heeft zich niet specifiek uitgelaten over dit besluit.   Vraag 18 Op basis van welke overeenkomst is Defensie op dit moment aanwezig in de Verenigde Arabische Emiraten? Welke overeenkomst vormt hier de juridische basis voor? Kunt u toelichten tot welke datum deze overeenkomst loopt en welke verwachtingen u, gezien de beleidswijziging ten aanzien van de export van militaire goederen, hebt omtrent eventuele verlenging?   Antwoord Defensie is aanwezig op basis van een met de Verenigde Arabische Emiraten afgesloten Memorandum of Understanding (MoU) voor operaties vanuit de Al- Minhad luchtmachtbasis. Dit MoU is gesloten op 20 november 2012 en tot op heden is het jaarlijks verlengd. Het huidige MoU loopt tot november dit jaar.   Vraag 19 Klopt het, in aanvulling op eerdere vragen 12), dat bedrijven voor wie de productie van defensiegerelateerde goederen een substantieel deel vormen van de primaire bedrijfsactiviteiten – lees: het grootste deel van de defensie-industrie – niet alleen worden uitgesloten van exportfinanciering via het Dutch Trade and Investment Fund, maar, blijkens de recente brief van de minister over handelsmissies 13), ook worden uitgesloten van deelname aan handelsmissies?   Antwoord Tot voor kort klopte dat. In het licht van de nieuwe Defensie Industrie Strategie (DIS) zijn generieke handelsbevorderende instrumenten, zoals handelsmissies en het Partners In Business (PIB) programma, echter open gesteld voor ook díe bedrijven uit de defensie-gerelateerde sector, waarvan de handel in of productie van wapens of munitie meer dan 10% uitmaakt van hun primaire bedrijfsactiviteiten.   Het kabinet heeft de uitvoerders van zijn generieke handelsbevorderende instrumenten opgedragen om deze aanpassing door te voeren. Uiteraard zal de overheid bij het inzetten van dergelijke instrumenten ter bevordering van export door de Nederlandse defensie-industrie toetsen op IMVO-gronden en rekening houden met geldende wapenexportrestricties. De komende tijd beziet het kabinet of ook andere aspecten van de handelsinzet (zoals het Dutch Trade and Investment Fund) voor de defensiesector in het licht van de DIS zouden kunnen worden aangepast op een manier die recht doet aan internationale afspraken op het terrein van financiering en geldende wapenexportrestricties.   Vraag 20 Welke andere landen sluiten deelname van hun eigen defensie-industrie – bijvoorbeeld fabrikanten van (onderdelen van) jachtvliegtuigen, marineschepen en nachtkijkers – aan handelsmissies uit? Kunt u per land van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) aangeven of ze hun eigen defensie-industrie ook per definitie uitsluiten?   Antwoord Een dergelijk overzicht is niet voorhanden van landen die hun defensie- industrie uitsluiten van deelname aan handelsmissies. Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 19, is inmiddels besloten om het beleid voor deelname aan handelsmissies aan te passen.   Vraag 21 Hoe verhoudt het verhinderen van deelname van de defensie-industrie aan handelsmissies zich tot het recente bezoek van de staatssecretaris van Defensie aan de Verenigde Staten, dat volgens het Ministerie van Defensie bedoeld was om Nederlandse bedrijven te laten meegroeien in militaire kennis en technologie en deze bedrijven en hun kennis te ‘pitchen’ in de VS? 14)   Antwoord De Defensie Industrie Strategie spreekt de ambitie uit om, bijvoorbeeld met behulp ons diplomatieke netwerk, Nederlandse defensiebedrijven te helpen om zich te positioneren op díe markten waar we de export van hun producten mogelijk (dat wil zeggen, een gerede kans op een wapenexportvergunning) èn politiek wenselijk achten. In navolging van die ambitie sprak de staatssecretaris van Defensie op 25 mei jl. in Wassenaar met bestuursleden van grote Amerikaanse bedrijven in Nederland en Nederlandse ondernemingen met belangen in de Verenigde Staten.   Vraag 22 Kunt u deze vragen één voor één beantwoorden?   Antwoord Ja.
  Datum: 8 juli 2019   Nr: 2019D30270   Indiener: S.A. Blok, minister van Buitenlandse Zaken   Bron:    tweedekamer.nl
submitted by kamerstukken-bot to kamerstukken [link] [comments]

Antwoord op vragen van het lid Kuzu over het bericht dat het leger van Myanmar opnieuw mensenrechten schendt

  Hierbij bieden wij de antwoorden aan op de schriftelijke vragen gesteld door het lid Kuzu (DENK) over het bericht dat het leger van Myanmar opnieuw mensenrechten schendt. Deze vragen werden ingezonden op 3 juni 2019 met kenmerk 2019Z10946.   De Minister van Buitenlandse Zaken,   De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking,   Stef Blok   Sigrid A.M. Kaag   Antwoorden van de Minister van Buitenlandse Zaken en de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking op vragen van het lid Kuzu (DENK) over het bericht dat het leger van Myanmar opnieuw mensenrechten schendt   Vraag 1   Heeft u kennisgenomen van het bericht ‘Amnesty: leger Myanmar schendt mensenrechten opnieuw’?   Antwoord   Ja, het kabinet is eveneens bekend met het rapport van Amnesty International “No one can protect us” – War crimes and abuses in Myanmar’s Rakhine State’ van 29 mei jl.   Vraag 2 Baart de berichtgeving u zorgen? Zo ja, bent u voornemens om naar aanleiding van deze zorgwekkende berichten actie te ondernemen? Zo ja, welke maatregelen gaat u nemen? Zo nee, waarom niet?   Vraag 3 Deelt u de stelling van mensenrechtenorganisatie Amnesty International dat het leger van Myanmar zich schuldig heeft gemaakt aan zeven nieuwe onwettige aanvallen, waarbij 14 burgers omkwamen en zeker 29 gewonden vielen? Zo ja, wat gaat u doen om de VN Veiligheidsraad tot meer actie te bewegen? Zo nee, waarom niet?   Antwoord   De bevindingen in het Amnesty International rapport onderstrepen dat het Myanmarese leger zich wederom schuldig maakt aan mensenrechtenschendingen in zijn operatie tegen etnische gewapende groepen, ditmaal als reactie op aanvallen begin 2019 van Arakan Army (AA), een etnisch Rakhine boeddhistische gewapende groep. Ten eerste toont het Amnesty-rapport aan dat het Myanmarese leger nog steeds geweld gebruikt, ook tegen de burgerbevolking. Ten tweede laat het zien dat het conflict en de operaties van het Myanmarese leger ertoe leiden dat het voorlopig niet veilig is voor de Rohingya-vluchtelingen in Bangladesh om terug te keren naar Rakhine State.   Het kabinet veroordeelt het disproportionele geweld van het Myanmarese leger en het kabinet maakt zich zorgen over deze ontwikkelingen. Nederland gebruikt iedere relevante mogelijkheid om de situatie in Myanmar, en specifiek de misdrijven van het leger te agenderen en bespreken, zij het in internationale fora of in bilaterale gesprekken. Op de dag dat het Amnesty-rapport uitkwam, heeft de Nederlandse ambassadeur in Myanmar de autoriteiten ook op de bevindingen uit het Amnesty International rapport aangesproken. Minister Blok heeft op 17 juni in de RBZ nogmaals zorgen uitgesproken over de voortdurende mensenrechtenschendingen in Myanmar.   Conform de aanbevelingen van eerdere rapporten, zet Nederland zich blijvend in voor een doorverwijzing naar het Internationaal Strafhof (ICC) door de VN-Veiligheidsraad. Hier heeft Nederland op 23 april jl. nog toe opgeroepen tijdens het open debat over sexual violence in conflict.   Vraag 4 Wat vindt u ervan dat volgens het nieuwe rapport van Amnesty International, het leger van Myanmar in april vanuit een helikopter het vuur opende op arbeiders die bamboe aan het snijden waren?   Antwoord   In één woord: gruwelijk.   Vraag 5   Kunt u een analyse geven van de oorzaak van het toegenomen geweld en kunt u daarbij in het bijzonder ingaan op de ontbrekende internationale verontwaardiging over de massaschendingen? Zo nee, waarom niet?   Antwoord   Het huidige conflict met de AA is vergelijkbaar met de andere etnische conflicten in Myanmar. Het Myanmarese leger heeft Myanmar decennialang geregeerd met als doel het bouwen van een natiestaat op basis van Bamar (etnische meerderheid) dominantie en superioriteit. Daarbij werd disproportioneel geweld gebruikt om de etnische minderheden in de grensgebieden te onderdrukken. Het conflict met deze minderheden wordt gezien als een van de langstlopende burgeroorlogen in de wereld. Het Myanmarese leger hanteert in zijn operaties tegen alle etnische minderheden een strategie waarbij ook geweld tegen burgers wordt gebruikt, met als doel om steun en bevoorrading van etnische gewapende groepen af te snijden.   De huidige escalatie van geweld in de staat Rakhine is veroorzaakt door een aanval van de AA op politieposten op 4 januari 2019. De AA strijdt tegen de overheersing van de Bamar meerderheid van de bevolking en voor meer zelfbeschikking in Rakhine State. Het Myanmarese leger heeft op de aanval van de AA gereageerd met fors geweld, waarbij ook burgerslachtoffers zijn gevallen.   Het rapport van Amnesty International is het eerste internationale rapport dat dit recente geweld in Rakhine tussen het leger en de AA documenteert. Nederland veroordeelt in Europees verband het gebruik van geweld door zowel de AA als door het Myanmarese leger. Sinds augustus 2017 is er tevens veel aandacht en verontwaardiging van de internationale gemeenschap voor het geweld tegen de Rohingya.   Het kabinet is van mening dat beëindiging van de interne etnische conflicten via het lopende vredesproces, en verdere democratische transitie, de sleutel vormen voor structurele verbetering van de mensenrechtensituatie in Myanmar. Nederland zet zich daar voor in door middel van het tweesporenbeleid ten aanzien van Myanmar. Enerzijds is dit een inzet op het gebied van accountability en bevordering van mensenrechten in Myanmar, anderzijds steun voor de democratische transitie en bevordering van duurzame economische groei en ontwikkeling.   Vraag 6   Doet de VN Veiligheidsraad naar uw mening genoeg om de positie van de Rohingya te verbeteren? Zo ja, hoe? Zo nee, hoe gaat u duidelijk maken dat er serieuze stappen gezet moeten worden?   Antwoord   Deze nieuwe geweldsgolf staat los van het geweld dat eerder tegen de Rohingya is gebruikt. Het oplaaiende geweld heeft wel tot gevolg dat de omstandigheden voor terugkeer van Rohingya-vluchtelingen nog moeilijker zijn geworden.   Zoals bekend zet het kabinet zich in internationaal verband in om terugkeer van de Rohingya mogelijk te maken. Daarnaast loopt Nederland internationaal voorop waar het de roep om verantwoording betreft, zowel door te pleiten voor een doorverwijzing van de situatie naar het ICC door de VN-Veiligheidsraad als bij het opzetten van een mechanisme om bewijsmateriaal zeker te stellen via het International Investigation Mechanism for Myanmar (IIMM). Daarbij onderstreept Nederland het belang van samenwerking van het bewijsverzamelingsmechanisme met het ICC. Tevens blijft het kabinet bij zowel permanente leden als nieuwe niet-permanente leden van de VN-Veiligheidsraad het belang benadrukken van agendering van deze crisis. Door interne verdeeldheid wordt actie door de VNVR echter tegengehouden, net zoals dat bij andere dossiers het geval is.   Vraag 7   Bent u bereid om zich ervoor in te zetten dat er een onafhankelijk internationaal onderzoek komt naar het doden en verwonden van burgers bij willekeurige aanvallen, executies zonder proces en marteling door het leger van Myanmar? Zo nee, waarom niet?   Antwoord   Mede door actieve inzet van Nederland, conform toezegging aan de Kamer, werd op 27 september 2018 een gezamenlijke EU-OIC-resolutie aangenomen in de VN-Mensenrechtenraad in Genève. Deze maakte het opzetten van een internationaal bewijsverzamelingsmechanisme mogelijk en verlengde en verbreedde het mandaat van de Independent International Fact-Finding mission on Myanmar. Het betreft hier een uniek voorbeeld van goede samenwerking van EU en de landen van de Organisatie voor Islamitische Samenwerking (OIC). De VN heeft voor het bewijsverzamelingsmechanisme de middelen beschikbaar gesteld en is begonnen met het werven van personeel. Het hoofd van het mechanisme is inmiddels aangesteld.   Vraag 8   Hoe beoordeelt u de oproep door de mensenorganisatie Amnesty International, in het bijzonder de stappen met betrekking tot een wapenembargo tegen Myanmar in te stellen?   Antwoord   Het kabinet deelt de mening van Amnesty International dat een internationaal wapenembargo kan bijdragen aan vermindering van het geweld. Nederland blijft zich daarom hiervoor inzetten conform motie Kuzu (5 oktober 2017), ondanks dat dit tot nu toe onhaalbaar is gebleken. Hierbij dient overigens opgemerkt te worden dat er op EU-niveau wel sinds 26 april 2018 een verscherpt wapenembargo tegen Myanmar van kracht is.   Vraag 9   Hoe beoordeelt u de oproep door de mensenorganisatie Amnesty International om de plegers van de misdaden te vervolgen door het Internationaal Strafhof in Den Haag?   Antwoord   Zie antwoord op vraag 6.   Vraag 10   Bent u bereid alle mogelijke drukmiddelen aan te wenden om te helpen voorkomen dat het leger van Myanmar zich opnieuw schuldig maakt aan oorlogsmisdaden en andere mensenrechtenschendingen? Hoe beoordeelt u hierbij de positie van de VN Veiligheidsraad?   Antwoord   De strijd tegen straffeloosheid is een beleidsprioriteit voor Nederland, niet alleen om verantwoording te waarborgen maar juist ook ter voorkoming van misdrijven. Zie verder antwoord op vraag 2, 3, 6 en 7.   Vraag 11   Bent u bereid, gezien de laatste ontwikkelingen, het initiatief te nemen om de voltallige legerleiding op de EU-sanctielijst te plaatsen?   Antwoord   Het sanctieregime dat mede op initiatief van Nederland tot stand kwam, bestaande uit o.a. het EU-wapenembargo en de persoonsgerichte sancties tegen Myanmarese militairen, is in april van dit jaar nog verlengd. Tot nu toe is ervoor gekozen om de top van het Myanmarese leger niet op de sanctielijst te plaatsten om de mogelijkheid van een dialoog open te houden. Het plaatsen van personen op de sanctielijsten van de EU vereist unanimiteit in de Raad. Die unanimiteit is er niet. Minister Blok heeft op 17 juni in de RBZ nogmaals opgeroepen tot aanvullende sancties tegen de verantwoordelijken voor de mensenrechtenschendingen.   Vraag 12   Kunt u een lijst geven van alle organisaties in Myanmar waarmee de Nederlandse regering in het kader van ontwikkelingsbeleid mee samenwerkt en kunt u per organisatie aangeven of de rol en houding van deze organisaties met betrekking tot de Rohingya door de Nederlandse regering zijn onderzocht?   Antwoord   De Rijksoverheid publiceert iedere maand actuele gegevens over ontwikkelingssamenwerkingsactiviteiten, o.a. over uitvoerende organisaties in het ontvangende land. Deze gegevens zijn beschikbaar in de open data-opmaak van het International Aid Transparency Initiative (IATI).   Nederland werkt op verschillende terreinen samen met internationale en nationale organisaties in Myanmar, met als doel steun te geven aan de democratische transitie, aan bevordering voor respect van mensenrechten en aan duurzame economische groei en ontwikkeling. De regering beoordeelt aanvragen voor financiering niet alleen beleidsinhoudelijk, maar ook op basis van een risicoanalyse met betrekking tot de doelstellingen, structuur en bewezen prestaties van de betrokken organisatie(s). In deze afweging wordt ook gekeken naar de reputatie van de organisatie in het algemeen. Er wordt in de afweging niet specifiek getoetst wat de rol en houding van de organisatie is tot de Rohingya, tenzij het een project betreft dat wordt uitgevoerd in een gebied waar ook Rohingya wonen.   Vraag 13   Bent u voornemens het geweld van Myanmar te bespreken tijdens de Raad Buitenlandse Zaken? Zo ja, bent u bereid de Kamer, voor zover mogelijk, over de uitkomsten te informeren?   Antwoord   Ja. Zoals in het verslag van de Raad Buitenlandse Zaken van 17 juni jl. aan uw Kamer gemeld, heeft Minister Blok naar aanleiding van het rapport van Amnesty International de situatie in Myanmar daar opnieuw opgebracht, zorgen uitgesproken over de voortdurende mensenrechtenschendingen en opgeroepen tot aanvullende sancties tegen de verantwoordelijken voor de mensenrechtenschendingen.   Vraag 14   Wat heeft de Nederlandse regering sinds de vele schendingen die begaan zijn tegen de Rohingya- bevolking door het leger van Myanmar concreet gedaan om de situatie van de Rohingya te verbeteren? Kunt u hier een gespecificeerd overzicht van geven? Zo nee, waarom niet?   Antwoord   Sinds de aanvang van de nieuwe geweldsgolf tegen de Rohingya op 25 augustus 2017, en in de nasleep daarvan, roept Nederland steevast in bilaterale contacten, via de EU en via VN-mensenrechtenfora, Myanmar en de facto staatshoofd Aung San Suu Kyi op om:   Het gebruik van geweld door het leger van Myanmar een halt toe te roepen en te veroordelen;   Straffeloosheid van mensenrechtenschendingen en internationale misdrijven te bestrijden en accountability te waarborgen;   Direct de grondoorzaken van het conflict aan te pakken door de aanbevelingen van de Annan-Commissie te implementeren;   Toegang voor humanitaire hulp te verlenen aan o.a. de VN- Vluchtelingenorganisatie, specifiek ook in VN-Veiligheidsraad verband;   Het MoU met de VN-Vluchtelingenorganisatie en het VN-Ontwikkelingsprogramma uit te voeren t.b.v. veilige, vrijwillige, waardige en duurzame terugkeer vluchtelingen, specifiek ook in VN-Veiligheidsraad verband; en   Samen te werken met de VN Speciaal Rapporteur voor Mensenrechten in Myanmar en de VN Fact-Finding Mission.   Inzet   Nederland gebruikt iedere relevante mogelijkheid om de situatie in Myanmar, en specifiek de misdrijven van het leger te agenderen en bespreken, zij het in internationale fora of in bilaterale gesprekken.   De Minister van Buitenlandse Zaken heeft recentelijk de mensenrechtensituatie in Myanmar aan de orde gesteld in bilaterale overleggen met VN-mensenrechtencommissaris Michelle Bachelet, op 5 april jl. met Indonesische minister van Buitenlandse Zaken, Retno Marsudi, en tijdens de lunch van EU-ministers van Buitenlandse Zaken met hun Chinese collega, Wang Yi op 18 maart 2019.   Op de dag dat het Amnesty-rapport uitkwam heeft onze ambassadeur in Myanmar de autoriteiten hier ook op aangesproken.   Conform de motie Kuzu (5 oktober 2017) heeft Nederland tijdens het VN-Veiligheidsraad lidmaatschap blijvende inzet voor internationaal wapenembargo bepleit (echter niet haalbaar gebleken).   Conform de motie Ploumen (5 juli 2018) heeft Nederland de mogelijkheden voor een VN-missie in Myanmar onderzocht (echter niet haalbaar gebleken).   Mede dankzij aanhoudende internationale druk heeft Myanmar een nationale Independent Commission of Enquiry ingesteld. Het rapport van de Commission of Enquiry wordt in de komende maanden verwacht. Internationaal zijn er weinig verwachtingen van deze commissie, maar het betreft wel erkenning door Myanmar dat er een probleem bestaat dat geadresseerd moet worden.   Mede door Nederlands aandringen is in de ASEM slotverklaring in oktober 2018 een tekst aangenomen die inzet op accountability. Myanmar is een van de leden van ASEM.   Minister Kaag was op 7 en 8 november 2018 zelf in Myanmar waar zij de Myanmarese autoriteiten persoonlijk aansprak op de mensenrechtensituatie in het land, in het bijzonder de Rohingya crisis.   EU-inzet   De EU heeft op initiatief van o.a. Nederland, gesteund door enkele andere lidstaten, tweemaal sancties ingesteld tegen in totaal 14 militairen en leden van de grenspolitie. Meest recente toevoeging was op 21 december 2018 (conform motie VAO-Myanmar 5 juli 2018, Sjoerdsma D66, Ten Broeke VVD, van Helvert CDA, Voordewind ChristenUnie). Het sanctieregime, waar het EU-wapenembargo en de persoonsgerichte sancties tegen Myanmarese militairen onder vallen, is in april van dit jaar nog verlengd.   VN-inzet   Bezoek van de VN-Veiligheidsraad aan Myanmar en Bangladesh april 2018, waarmee druk op de Myanmarese autoriteiten door de Raad verder is opgevoerd. Dit bezoek had niet plaatsgevonden zonder blijvende druk en inzet van Nederland en gelijkgezinde landen tijdens ons voorzitterschap. In een debriefing van de reis in de Raad op 14 mei 2018 heeft Nederland tevens (als eerste) opgeroepen tot doorverwijzing van de situatie in Myanmar door de VN-Veiligheidsraad naar het Internationaal Strafhof (ICC).   Door inspanning van Nederland met gelijkgezinde landen is het gelukt om het FFM-rapport ook in de VN-Veiligheidsraad te agenderen middels een briefing van de voorzitter van de FFM op 24 oktober 2018 (cfm. motie Ploumen c.s. over het rapport van de Fact-Finding Mission aan de orde stellen in de VN-Veiligheidsraad - Algemene Vergadering der Verenigde Naties 21 september 2018).   Nederland zet in de Mensenrechtenraad in Géneve krachtig in op accountability en bevordering van mensenrechten in Myanmar. Mede door inzet van Nederland staat Myanmar sinds september 2017 in principe iedere Mensenrechtenraad op de agenda onder Item 4 (meest ernstige mensenrechtenschendingen). De EU is penvoerder voor de resoluties, waarbij actief de samenwerking met OIC wordt gezocht.   De FFM roept in zijn rapport op tot verlenging eigen mandaat en oprichten bewijsverzamelingsmechanisme om te voorkomen dat bewijs verloren gaat. Mede door actieve inzet Nederland, conform toezegging aan Kamer, werd op 27 september 2018 een gezamenlijke EU-OIC-resolutie aangenomen in de Mensenrechtenraad in Genève. Deze maakte het opzetten van een internationaal bewijsverzamelingsmechanisme mogelijk en verlengde en verbreedde het FFM-mandaat. De VN heeft daarvoor inmiddels de middelen beschikbaar gesteld en is begonnen met het werven van personeel voor dit mechanisme.   Nederland blijft zich ook inzetten voor Internationaal wapenembargo, ondanks dat dit tot nu toe onhaalbaar blijkt (VNVR-veto van China en Rusland).   Een resolutie via VNVR met ICC-verwijzing eind 2018 is niet gelukt. China, gesteund door Rusland, was van mening dat Myanmar gesteund moet worden door de internationale gemeenschap. Nederland blijft zich voor een ICC-verwijzing inzetten in verschillende fora, ook nu het niet meer in de VNVR zit.   Humanitaire inzet   Nederland heeft sinds het uitbreken van de crisis in augustus 2017 ruim 10 miljoen EUR bijgedragen aan noodhulp via internationale hulporganisaties en de Dutch Relief Alliance.   Daarnaast draagt Nederland indirect bij aan noodhulprespons via ongeoormerkte bijdragen aan VN-hulporganisaties, ICRC en het VN-noodhulpfonds (CERF), waarvan Nederland een van de grote donoren is.   Tenslotte financiert Nederland via het bilaterale OS-programma in Bangladesh diverse programma’s op het gebied van water, veiligheid van vrouwen en meisje en het verlenen van psychosociale hulp aan vluchtelingen.   Het VN-Joint Response Plan dat loopt van januari tot december 2019 bedraagt 920,5 miljoen USD. Tot nu toe is dit pas voor 23% gedekt.   De extra bijdrage van 2 mln. EUR voor vluchtelingen in Bangladesh naar aanleiding van amendement van de Kamerleden Kuzu/ Van Hul op de BHOS-begroting is momenteel in voorbereiding, en zal worden uitgegeven via UNHCR. De helft is gereserveerd voor algemene respons van UNHCR, de andere helft zal (eveneens via UNHCR) specifiek besteed worden voor hulp aan vrouwen en meisjes, cfm. amendement.
  Datum: 27 juni 2019   Nr: 2019D28082   Indiener: S.A. Blok, minister van Buitenlandse Zaken   Bron:    tweedekamer.nl
submitted by kamerstukken-bot to kamerstukken [link] [comments]

Antwoord op vragen van het lid Diks over de toename van geweld in Mali

  Hierbij bied ik mede namens de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking en de Minister van Defensie de antwoorden aan op de schriftelijke vragen gesteld door het lid Diks over de toename van geweld in Mali. Deze vragen werden ingezonden op 10 april 2019 met kenmerk 2019Z07264.   De Minister van Buitenlandse Zaken,   Stef Blok   Antwoorden van de Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking en de Minister van Defensie op vragen van het lid Diks (Groen Links) over de toename van geweld in Mali.   Vraag 1   Bent u bekend met het bericht ‘Meer dan honderd doden bij herdersdorp in Mali’?   Antwoord   Ja.   Vraag 2   Kunt u een laatste stand van zaken geven over de voortgang van de VN-missie MINUSMA, waar Nederland nog tot tenminste mei actief zal zijn? Welk effect heeft het toegenomen geweld op deze missie en kunt u dit plaatsen in het licht van het belang van de voortzetting ervan?   Antwoord   De VN-missie in Mali (MINUSMA) is voornamelijk ingericht om, samen met de ondertekenaars van het vredesakkoord uit 2015, de vrede in Noord-Mali te bestendigen. Hier ligt dan ook het zwaartepunt van de MINUSMA-troepenmacht. Het afgelopen jaar heeft MINUSMA haar presentie in Centraal-Mali uitgebreid (zie hiervoor ook het antwoord op vraag 5). Ondanks de in eerste instantie moeizame uitvoering van het vredesakkoord, zijn de afgelopen periode belangrijke stappen gezet. Tegelijkertijd is in Centraal-Mali de verslechterde veiligheidssituatie en de daarmee samenhangende verminderde toegang van de staat zorgwekkend en moet de uitvoering van het vredesakkoord in een hoger tempo plaatsvinden. De stabiliserende rol van MINUSMA en de ondersteuning die de missie de Malinese partijen geeft bij het uitvoeren van het vredesakkoord blijft vooralsnog nodig om in Mali duurzame stabiliteit te realiseren en terrorisme en geweld tegen te gaan. Voortzetting van MINUSMA is dan ook essentieel. Zoals gemeld in de artikel 100 brief van 14 september 2018 blijft Nederland ook na 1 mei met politiefunctionarissen en enkele stafofficieren bijdragen aan de VN-missie MINUSMA.   Vraag 3   Kunt u een analyse geven van de oorzaak van het toegenomen geweld en daarbij in het bijzonder ingaan op de toegang tot natuurlijke hulpbronnen zoals water, land en wetlands?   Antwoord   Hoewel de stabiliteit in het noorden van Mali iets is verbeterd, is de situatie in Centraal-Mali verslechterd. Dit heeft verschillende oorzaken. Een van die oorzaken houdt verband met toegang tot natuurlijke hulpbronnen (water en land). Zowel herders als boeren zijn bijvoorbeeld afhankelijk van vruchtbaar land om hun vee te laten grazen of om voedsel te verbouwen. Dit is een eeuwenoud spanningsveld. De traditionele manieren om hiermee om te gaan staan onder druk als gevolg van de snelgroeiende bevolking, niet-adequate beleidsuitvoering door overheidsdiensten ten aanzien van land- en waterbeheer, de ontoegankelijkheid van sommige gebieden vanwege de slechte veiligheidssituatie en de effecten van klimaatverandering.   Goed beheer van natuurlijke hulpbronnen is essentieel om conflicten tussen en binnen verschillende gebruikersgroepen op te lossen en geweld te voorkomen. Bovendien heeft de onveiligheid en instabiliteit van de laatste jaren in Mali ertoe geleid dat jihadistische organisaties en andere gewapende groepen de botsingen tussen verschillende landgebruikers aanwakkeren. Conflicten worden in toenemende mate langs etnische en soms – radicaal – religieuze lijnen geprofileerd.   Vraag 4   Welke inspanningen worden verricht op diplomatiek en militair niveau om het geweld duurzaam te stoppen?   Antwoord   Nederland spreekt de Malinese overheid zowel bilateraal, als in EU-verband aan op haar verantwoordelijkheid om schendingen van mensenrechten te voorkomen en straffeloosheid een halt toe te roepen. Nederland, MINUSMA en de EU sporen de Malinese autoriteiten, onder wie de Malinese minister van Justitie, aan om alle schendingen en misbruiken van internationale mensenrechten grondig te onderzoeken, de verantwoordelijken te vervolgen en verslag uit te brengen over de schendingen en onderzoeken. De Malinese overheid committeerde zich, mede dankzij diplomatieke inzet van Nederland, aan een mensenrechtenkader voor de regionale troepenmacht van de zogenaamde G5-Sahel (Burkina Faso, Mali, Mauritanië, Niger en Tsjaad). In Benelux-verband heeft Nederland bovendien een financiële bijdrage geleverd aan de oprichting van een internationale commissie die onderzoek doet naar mensenrechtenschendingen.   In 2018 was Nederland voorzitter van de internationale donorgroep in Mali. In deze rol leidde Nederland de periodieke dialoog met de Malinese autoriteiten over veiligheid, bestuur en ontwikkelingskwesties. Deze dialoog heeft geleid tot een groter besef bij de overheid van de noodzaak om inspanningen op het gebied van veiligheid en ontwikkeling te combineren. Na het opstappen van de Malinese regering op 19 april, zal de donorgroep hierover ook op korte termijn met de nieuwe regering in gesprek gaan.   Na de aanval op het dorp Ogossagou heeft het Malinese leger (FAMa) haar presentie in de regio vergroot en zijn er extra veiligheidstroepen ontplooid om de situatie te stabiliseren. Begin 2017 heeft de Malinese regering, onder druk van onder andere Nederland, een plan opgesteld voor stabiliteit in Centraal-Mali. Dit plan richt zich op herstel van staatsgezag in de regio en terugkeer van basisvoorzieningen voor de lokale bevolking. Zoals gemeld in de artikel 100 brief van 14 september 2018 zijn, mede door de rol van MINUSMA en de internationale gemeenschap, grote inspanningen verricht om de Malinese veiligheid en veiligheidssector te versterken. MINUSMA geeft operationele en logistieke steun aan de terugkeer van Malinese veiligheidstroepen in Centraal-Mali en neemt actieve stappen om burgers te beschermen. Daarnaast is MINUSMA betrokken bij verzoening en bemiddeling bij lokale conflicten, onder andere in Centraal-Mali. Om de Malinese autoriteiten op termijn in staat te stellen de veiligheid van de Malinese bevolking beter te waarborgen, is de capaciteitsopbouw van de Malinese veiligheidssector essentieel. Naast de VN zijn twee EU-missies actief in Mali, te weten: de European Union Capacity Building Mission (EUCAP) Sahel Mali en de European Union Training Mission (EUTM) Mali. EUCAP Sahel Mali richt zich op capaciteitsopbouw van de binnenlandse veiligheidssectoren (gendarmerie, politie en nationale garde) en EUTM focust zich op het verbeteren van de capaciteit van operationele eenheden en het bevorderen van de hervorming van de commandostructuur van het Malinese leger. Beide missies zijn erop gericht de veiligheidssector te versterken, zodat lokale en nationale autoriteiten beter in staat worden gesteld om de veiligheid binnen hun landsgrenzen effectiever te waarborgen. Zoals gemeld in de artikel 100-brief van 14 september 2018 draagt Nederland ook bij aan deze missies.   Vraag 5   Hoe staat u tegenover het voorstel van de International Crisis Group om een MINUSMA-basis in Bankass te openen? Bent u bereid hiervoor te pleiten bij de MINUSMA-partners? 2)   Antwoord   Gezien de verslechterde veiligheidssituatie in Centraal-Mali is in het mandaat van MINUSMA meer aandacht gegeven voor de bescherming van burgers in het midden van het land. Het is de verantwoordelijkheid van de Force Commander om de beschikbare capaciteiten van MINUSMA zodanig in te zetten dat alle facetten van het mandaat kunnen worden uitgevoerd. Een goede balans tussen het noorden en het centrale deel van het land is daarbij vereist. De Force Commander van MINUSMA heeft vorig jaar de presentie in Centraal-Mali zowel permanent, door de verplaatsing van eenheden naar Mopti, als tijdelijk, door middel van patrouilles verhoogd. Er is een nieuwe militaire sector gevestigd in Mopti om de VN aanwezigheid in Centraal-Mali te vergroten en om beter in te kunnen spelen op de dreigingen in dit gebied.   Vraag 6   Welke inspanningen verricht Nederland vanuit ontwikkelingssamenwerking in de Sahel om de oorzaken van (mogelijk etnisch gemotiveerd) geweld in Mali aan te pakken? Ziet u ruimte hier meer tijd en middelen in te steken?   Antwoord   De focus van de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking is gericht op de aanpak van grondoorzaken van armoede, irreguliere migratie, terreur en klimaatverandering, met name in het noorden en het centrale deel van Mali; de meest instabiele gebieden van het land. De komende jaren wordt de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking in Mali geïntensiveerd. In financiële termen is hiervoor in totaal 250 miljoen euro gereserveerd. Ook wordt de bezetting van de ambassade in Bamako uitgebreid.   Op verschillende terreinen wordt in Mali via ontwikkelingssamenwerking de oorzaak van conflicten aangepakt. Nederland steunt allereerst programma’s voor vredesopbouw en conflictpreventie die op lokaal niveau de veiligheid bevorderen. Een voorbeeld daarvan is het Addressing Root Causes programma dat in 2017 is gestart. Dit programma versterkt het lokale bestuur en stelt burgers in staat dit bestuur waar nodig ter verantwoording te roepen. Door de lokale overheid, het maatschappelijk middenveld en de burgers nader tot elkaar te brengen, worden lokale conflicten opgelost of voorkomen. Een ander voorbeeld hiervan is het Programme Gouvernance Locale Redevable dat dialoog tussen jongeren en lokale overheden faciliteert.   Een ander belangrijk aandachtspunt is de toegang tot recht, die vooral in het centrale deel en noorden van Mali zeer beperkt is. De vier regio's Ségou, Mopti, Gao en Timboektoe zijn op dit moment bijvoorbeeld afhankelijk van één advocaat die in Bamako woont en slechts incidenteel de regio bezoekt vanwege de veiligheidssituatie. Nederland ondersteunt daarom via de Malinese NGO DemeSo de opleiding van lokale juridische assistenten die de bevolking toegang bieden tot recht. In totaal werden vorig jaar 2.901 mensen voorzien van informatie en juridische ondersteuning. Meer dan 50% van hen waren vrouwen.   Vraag 7   Welke inspanningen verricht Nederland ter voorkoming van toekomstige conflicten over toegang tot water, land en wetlands? Kunt u daarbij in het bijzonder ingaan op de bouw van de Fomi Dam in Guinée en de uitbreiding van irrigatie in Office du Niger in Mali?   Antwoord   De (lopende en nieuwe) ontwikkelingssamenwerkingsprogramma’s in Mali beogen de bevolking beter bestand te maken tegen de effecten van klimaatverandering en conflicten over schaarse natuurlijke hulpbronnen te voorkomen. Beter beheer van water en land is daarbij een van de prioriteiten.   Nederland ondersteunt productiever en duurzamer land- en watergebruik en creëert bewustwording over de relatie tussen waterproblematiek en stabiliteit en veiligheid. Ook versterkt Nederland de lokale capaciteit om conflicten in een eerder stadium op te lossen, bijvoorbeeld via comités die zich buigen over grondconflicten. Nomadische veetelers worden ondersteund met toegang tot betere informatie over beschikbare natuurlijke hulpbronnen en marktprijzen waardoor hun handelsposities worden versterkt. Mali is een focusland voor het door Nederland geïnitieerde Water, Peace and Security partnership waarin risico’s worden gesignaleerd en dialoog wordt ondersteund. Via het Strategische Partnerschap ‘Partners for Resilience’ (Wetlands International, Rode Kruis en CARE) wordt een verband gelegd tussen klimaatverandering, beheer van natuurlijke hulpbronnen en lokaal bestuur.   Nederland steunt de Malinese overheid bij haar beleid op het gebied van integraal waterbeheer en het grensoverschrijdende beheer van de Niger rivier. Hieronder valt ook de dialoog tussen Mali en Guinée over het ontwerp en beheer van de Fomi-dam in Guinée.   Met het Office du Niger (in Mali) werkt Nederland samen om de waterproductiviteit in het irrigatiegebied te vergroten, zodat er met minder water meer geproduceerd kan worden. Uitbreiding van het irrigatiegebied zou moeten uitgaan van een duidelijke analyse van de beschikbaarheid van water en de verdeling ervan over alle belangrijke functies, waaronder de ecologische functies van de binnen-delta. Nederland steunt de Malinese overheid bij het maken van keuzes op basis van goede analyses.   Nederland intensiveert de komende jaren haar inzet in de Sahel op het gebied van klimaatadaptatie, voedselzekerheid, duurzaam waterbeheer en het tegengaan van landdegradatie en verwoestijning.   Vraag 8   Herinnert u zich uw uitspraak in het notaoverleg Defensienota 2018 van 28 mei 2018 dat u contact zou leggen met de regering van Mali over de Fomi Dam? Heeft dit contact inmiddels plaatsgevonden? Zo ja, hoe is dit overleg verlopen?   Antwoord   Dat klopt, voor het overleg over de Defensienota 2018 had de minister van Defensie er al eens met één van de Malinese collega’s over gesproken. Sindsdien heeft een dergelijke gelegenheid zich niet meer voorgedaan voor de minister van Defensie.   Vraag 9   Bent u bereid op diplomatiek niveau contact te leggen met de regering van Guinée over de negatieve gevolgen van de aanleg van de Fomi Dam voor de bevolking van Mali? Zo nee, waarom niet?   Antwoord   Terwijl al vanaf de jaren vijftig de bouw van een aantal dammen in de boven-Niger werd overwogen, hebben de negen lidstaten van de Niger Basin Authority in 2007 besloten tot de bouw van drie dammen naast de reeds bestaande: twee stroomafwaarts van de binnen-delta en de Fomi-dam stroomopwaarts in Guinée. Mali staat in principe positief tegenover de aanleg van de Fomi-dam, omdat die het irrigatiepotentieel en de mogelijkheid voor stroomopwekking in eigen land zal verhogen. Afhankelijk van het beheer van de dam kan deze echter ook negatieve consequenties hebben voor de ecologische functies van de binnen-delta en de levenswijze van de boeren, veehouders en vissers in het gebied.   Op technisch niveau heeft Nederland contact met Mali en Guinée over waterbeheer in het stroomgebied van de Niger, waar de Fomi-dam een onderdeel van is. Ook heeft de Commissie Milieu Effect Rapportage (Commissie MER) op verzoek van de overheid van Guinée advies gegeven over het onderzoeksvoorstel voor de Milieu Effect Rapportage (over de impact op het milieu en sociale gevolgen) die verplicht is bij de bouw van een dergelijke dam. De Commissie MER adviseerde om de onderzoeksvragen over het beheer van de dam beter uit te werken, zodat de haalbaarheid van alle doelstellingen – waaronder ook het behoud van de ecologische situatie en de bestaansmiddelen van de betrokken bevolking – goed onderzocht wordt. Ook werd de Guineese overheid geadviseerd om het hele MER proces samen met de Niger Basin Authority te doorlopen, onder wiens bevoegdheid MER’s aangaande de Niger vallen.   Indien contact op diplomatiek niveau ondersteunend kan zijn voor een optimale besluitvorming over de Fomi-dam, is Nederland bereid de dialoog tussen Guinée en Mali te ondersteunen, in samenspraak met de andere donoren in de watersector.   1) https://nos.nl/artikel/2277320-meer-dan-honderd-doden-bij-aanval-op-herdersdorp-in-mali.html   2) https://www.crisisgroup.org/fafrica/sahel/mali/centre-du-mali-enrayer-le-nettoyage-ethnique
  Datum: 9 mei 2019   Nr: 2019D18857   Indiener: S.A. Blok, minister van Buitenlandse Zaken   Bron:    tweedekamer.nl
submitted by kamerstukken-bot to kamerstukken [link] [comments]

Antwoord op vragen van de leden Weverling en Van Haga over de verkoop en distributie van pakketjes door Alibaba in Nederland

Geachte Voorzitter,   Hierbij treft u, mede namens de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking de antwoorden aan op de vragen van de leden Weverling en Van Haga (beiden VVD) van 11 april jl. over de verkoop en distributie van pakketjes door Alibaba in Nederland.   Hoogachtend,   mr. drs. M.C.G. Keijzer   Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat   1   Bent u bekend met het bericht “Vijf miljoen Nederlandse consumenten winkelen online over de grens”?   Antwoord   Ja.   2   Hoe beoordeelt u het feit dat van alle "cross-border"-uitgaven een steeds groter deel naar Chinese webshops gaat, in het bijzonder als enkel wordt gekeken naar producten?   Antwoord   Volgens een recente studie uitgevoerd in opdracht van Thuiswinkel.org in samenwerking met PostNL, hebben Nederlanders in 2018 voor €880 mln. gekocht via buitenlandse webwinkels. Daarvan is 31% uitgegeven in Chinese webwinkels. Van oudsher is internationale handel van groot belang voor Nederland met zijn open economie. Eerlijke en duidelijke handelsregels zijn daarbij essentieel. Consumenten kunnen door grensoverschrijdend online winkelen profiteren van ruimere productkeuze en lagere prijzen. Bovendien prikkelt de buitenlandse concurrentie Nederlandse ondernemers om hun webwinkels nog innovatiever en klantgerichter in te richten.   3   Klopt het dat er op AliExpress vele duizenden pakketjes te koop zijn, die tegen een zodanig lage prijs worden verkocht en bezorgd in Nederland dat alleen al de verzendkosten binnen de EU hoger zouden moeten zijn dan het door de consument te betalen product? Zo ja, hoe verklaart u dit?   Antwoord   Deze vraag valt niet eenduidig te beantwoorden omdat de commerciële contracten tussen postvervoerders en tussen verzenders en postvervoerders die hieronder liggen niet openbaar zijn. Het tarief dat de consument betaalt voor verzending staat namelijk los van de vergoeding die een verzender (in dit geval een Chinese webshop) betaalt aan het (post)vervoerbedrijf dat de afhandeling verzorgt. Dit kan het Chinese postbedrijf zijn dat vervolgens bijvoorbeeld PostNL een door de Wereldpostunie vastgestelde vergoeding moet betalen voor de uiteindelijke bezorging in Nederland (zie vraag 6), maar het is ook mogelijk dat de Chinese webshop rechtstreeks zakendoet met een vervoerbedrijf (zie bijvoorbeeld het persbericht van PostNL van 4 mei 2017 waarin werd aangekondigd dat PostNL zendingen van AliExpress rechtstreeks vanuit China in haar logistieke proces ging opnemen).   Het kan zijn dat een webshop een bepaalde verkoopstrategie hanteert waarbij de verzendkosten voor de consument laag worden gehouden maar de postvervoerder wel meer vergoed krijgt.   Ten tweede moet er in dit kader voor worden gewaakt dat appels met peren worden vergeleken. Chinese e-commerce bedrijven bieden verschillende verzendopties aan. Factoren als levertijd, track & trace of verzekerd verzenden spelen een belangrijke rol bij de hoogte van het verzendtarief. In geval van het goedkoopste tarief wordt het product meestal per boot verzonden en kan de levering tot 90 dagen duren.   4   Hebt u, ook tegen de achtergrond van de stappen die de Amerikaanse regering zet om namaakproducten aan te pakken, kennisgenomen van het bericht over de verkoop van kleding met het logo van de Nederlandse politie erop in webwinkels? Klopt het dat dit strafbaar is? Zo ja, is er vanuit de Nederlandse overheid actie ondernomen om de aanbieders, onder meer AliExpress, hier op te wijzen?   Antwoord   Ja, ik heb kennisgenomen van dit bericht. Internationale online handelssites bieden een platform waarop producenten/aanbieders en klanten elkaar kunnen vinden. Het is niet uitgesloten dat Chinese platforms een minder streng beleid hanteren dan in Nederland het geval is voor wat betreft het voorkomen van het aanbieden van merkvervalste spullen. Merken zijn beschermd in Nederland. Het is verboden merkartikelen na te maken en het is niet toegestaan om in valse merkartikelen te handelen. Er zijn ook regelmatig strafrechtelijke onderzoeken op dit gebied. Dit betreft vaak gezamenlijke acties van FIOD, politie, Douane en het Functioneel Parket. De politie kan, indien zij vermoedt dat er inbreuk op intellectueel eigendomsrechten wordt gemaakt, bijvoorbeeld aan de Douane vragen om op te treden (Art 6. Vo (EU) nr. 608/2013). Indien er wordt geconstateerd dat er binnen de Nederlandse grenzen sprake is van handel in of ongeoorloofd gebruik van namaakproducten of inbreuk op merkrecht, dan zal daar tegen worden opgetreden. In dat verband kunnen er ook opsporingmethoden worden ingezet die het onderscheppen van bepaalde postzendingen mogelijk maken. Tenslotte bieden internationale gremia als de World Intellectual Property Organization (WIPO) en de World Trade Organization (WTO) de mogelijkheid voor individuele lidstaten of voor de EU om nadere afspraken te maken of signalen af te geven over inbreuk op rechten.   5   Bent u bekend met het bericht “Alibaba doet Chinese pakjesstroom exploderen”? In hoeverre is de in dit artikel beschreven situatie ook van toepassing in Nederland?   Antwoord   Alibaba is een gesloten bedrijf wat betreft informatieverstrekking. Volgens de prognose van International Post Corporation (“IPC Cross-border e-commerce shopper survey 2018”) worden uit China (inclusief Hong Kong) in Nederland in 2019 naar schatting zo'n 27 miljoen e-commerce zendingen geïmporteerd. Eén van de marktpartijen, PostNL, bevestigt het beeld dat het aantal brievenbuspakjes uit China de afgelopen jaren is toegenomen.   6   Klopt het dat onder de afspraken van de Wereldpostunie geldt dat de zogeheten ‘last mile’, het transport van het verdeelcentrum tot aan de voordeur van de consument, van een pakketje van onder de twee kilo dat afkomstig is uit een ‘ontwikkelingsland’ tegen een gunsttarief dient te worden gedistribueerd? Zo ja, hoe verhoudt dit tarief zich tot de verzendkosten van een binnen Nederland gedistribueerd pakketje?   Antwoord   Binnen de Wereldpostunie worden afspraken gemaakt over de afhandeling van internationale post. Een van die afspraken betreft de onderlinge vergoedingssystematiek. Eindkostenvergoedingen zijn vergoedingen die postbedrijven elkaar betalen voor de binnenlandse bezorging van internationale post. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de vergoedingen voor landen die behoren tot het “doelsysteem” (de geïndustrialiseerde landen) en die voor landen in het overgangssysteem (ontwikkelingslanden). Deze classificatie is gebaseerd op verschillen in economische ontwikkeling en het kwaliteitsniveau van de postale dienstverlening. De vergoedingssystematiek is zo ingericht dat de landen in het overgangssysteem worden gesteund in de ontwikkeling van hun postale systeem. Het doel is om deze landen op termijn op hetzelfde postale dienstenniveau te krijgen van de geïndustrialiseerde landen.   Afhankelijk van de betreffende afspraken tussen postvervoerders en Chinese marktpartijen hebben Chinese bedrijven in sommige gevallen langere tijd voordeel gehad ten opzichte van retailers in geïndustrialiseerde landen doordat China in de vergoedingssystematiek tot de ontwikkelingslanden werd gerekend. Hierdoor konden zij hun producten goedkoper versturen. Deze tariefongelijkheid wordt echter gefaseerd weggenomen door de recente afspraken die in 2016 binnen de Wereldpostunie zijn gemaakt en deze zal per 2021 zijn verdwenen. Deze afspraken houden in dat er per 1 januari 2018 een wijziging van het internationale tariefsysteem van de Wereldpostunie van kracht is geworden waardoor het vanuit China versturen van e-commerce post duurder is geworden. Tevens geldt er reciprociteit van tarieven voor landen die in de overgangscategorie zitten. Dat betekent dat China sinds begin 2018, voor zover zijn nog lagere tarieven betalen, ook dezelfde lagere tarieven van andere postvervoerders ontvangen.   Los van de afspraken binnen de Wereldpostunie moeten webwinkels van buiten de EU met ingang van 2021 ook btw gaan afdragen voor cross-border zendingen met een orderwaarde lager dan €22,-. Hierdoor zal in 2021 ook op dit vlak een gelijk speelveld zijn ontstaan met betrekking tot de verzending van e-commerce producten.   Met betrekking tot de vraag hoe het tarief voor de vergoeding van de ‘last mile’ zich verhoudt tot de verzendkosten binnen Nederland, ga ik ervan uit dat u met ‘verzendkosten’ doelt op de kosten die PostNL moet maken voor het bezorgen van dit pakket binnen Nederland. Door de besluiten van de UPU in 2016 draagt de vergoeding voor de bezorging in Nederland voor pakketten uit China nu positief bij aan het resultaat van PostNL.   7   Kunt u toelichten aan welke internationale afspraken over een ‘last mile’ Nederland precies gebonden is? Kunt u daarbij alle onderlinge vergoedingen betrekken en toelichten welke afspraak wanneer is vastgelegd?   Antwoord   Nederland is als lidstaat van de Wereldpostunie verplicht om een aanbieder of aanbieders aan te wijzen voor de verzorging van de grensoverschrijdende postale diensten. Op grond van de verdragen van de Wereldpostunie hebben de aangewezen postdienstverleners van de lidstaten de verplichting om elkaar internationale postdiensten te verlenen en te voldoen aan de andere verplichtingen die uit die verdragen voortvloeien, en volgens de voorwaarden en eindvergoedingen die op grond van die verdragen gelden. In 2016 zijn de lidstaten van de Unie akkoord gegaan met een wijziging van de voorwaarden en de hoogte van de geldende eindvergoedingen. De eerste stap van de toen overeengekomen maatregelen is op 1 januari 2018 van kracht geworden. Uw Kamer is over deze wijzigingen geïnformeerd bij brief van 24 november 2017 (Kamerstuk 34840 (R2095).   8   Welke instantie vergoedt onder de afspraken van de Wereldpostunie de ‘last mile’? Om hoeveel geld gaat het hierbij op jaarbasis in de afgelopen vier jaar?   Antwoord   Dit hangt af van de nationale regelgeving en de eigendomsverhoudingen van het aangewezen postbedrijf. De eindkostenvergoedingen worden jaarlijks in rekening gebracht bij nationale postbedrijven op basis van de volumes van de ingaande en uitgaande post. In Nederland is het een private partij (PostNL) die financieel afrekent met alle overige internationale postvervoerders waar het op grond van het Wereldpostunieverdrag zaken mee doet.   9   Hoe wordt bepaald welke landen onder de afspraken van de Wereldpostunie gelden als ‘ontwikkelingslanden’? Welke criteria gelden hier voor? Kunt u opsommen welke landen op dit moment onder die definitie vallen?   Antwoord   De methodologie die binnen de UPU wordt toegepast bij de categorisering van landen is in 2016 herzien en is gebaseerd op de postale ontwikkelingsindicator (PDI). De PDI bestaat uit een macro-economisch deel (het bruto nationaal inkomen per hoofd van de bevolking) en een specifiek postaal element (de reguliere kosten per brief). Het laatste element is een indicatie van de benodigde human resources per brief, land-specifieke eigenschappen en geografische belemmeringen bij het bezorgen van post. Hoe hoger de reguliere kosten per brief als gevolg van deze factoren, des te lager komt het land op de classificatieranglijst.   In 2016 heeft er een herschikking plaatsgevonden op basis van het herziene classificatie systeem. Het huidige systeem gaat uit van vier categorieën: de meest geïndustrialiseerde landen zitten in groep I (ook wel het doelsysteem genoemd), landen met wat minder ontwikkelde of geografisch lastiger postale dienstverlening in groep II en III (de overgangsgroep) en de minst ontwikkelde landen in groep IV. Groepen II en III werken in fasen toe naar het doelsysteem waarbij de eindvergoedingen op termijn gelijk worden getrokken (zie ook beantwoording bij vraag 6). China zit nu in groep III, samen met landen als Argentinië, Brazilië, Mexico, Rusland, Thailand en Turkije.   De groep IV landen zijn : Albanië, Algerije, Afghanistan, Angola, Armenië, Azerbaijan, Bangladesh, Belize, Benin, Bhutan, Bolivia, Burkina Faso, Burundi, Cambodja, Centraal Afrikaanse Republiek, Tsjaad, Colombia, Comoren, Congo, Djibouti, Dominicaanse Republiek, Ecuador, Egypte, El Salvador, Equatoriaal Guinee, Eritrea, Ethiopië, Filippijnen, Gambia, Georgië, Ghana, Guatemala, Guinee, Guinee-Bissau, Guyana, Haïti, Honduras, India, Indonesië, Iran, Irak, Ivoorkust, Jemen, Jordanië, Kaapverdië, Kameroen, Kenia, Kiribati, Kirgizië, Laos, Lesotho, Liberia, Libië, Madagaskar, Malawi, Malediven, Mali, Mauritanië, Moldavië, Mongolië, Marokko, Mozambique, Myanmar, Namibië, Nepal, Nicaragua, Nieuw Zeeland, Niger, Noord-Korea, Oeganda, Oezbekistan, Oost-Timor, Pakistan, Palestina, Papua Nieuw Guinea, Paraguay, Peru, Rwanda, Samoa, Sao Tomé en Principe, Senegal, Sierra Leone, Soedan, Solomon Eilanden, Somalië, Sri Lanka, Swaziland, Syrië, Tajikistan, Tanzania, Togo, Tonga, Tunesië, Turkmenistan, Tuvalu, Vanuatu, Vietnam, Zambia, Zimbabwe, Zuid-Soedan.   10   Bent u bekend met het eerder door de Amerikaanse president geuite voornemen om uit een postverdrag met China te stappen? Kunt u toelichten uit welk verdrag de Amerikaanse president wil(de) stappen, welke landen partijen zijn bij dit verdrag en of de Amerikaanse regering al concrete stappen heeft ondernomen om dit voornemen te effectueren?   Antwoord   Ja. De VS hebben op 17 oktober 2018 aangekondigd uit de Wereldpostunie te stappen. Dat zou concreet betekenen dat het land niet langer verdragspartij is bij de afspraken die binnen de Wereldpostunie zijn gemaakt over de wereldwijde afhandeling van postaal verkeer. De VS zet dit besluit in als drukmiddel om een fundamentele wijziging van het huidige systeem van eindkostenvergoedingen te realiseren. De VS hebben aangeven dat de achterliggende reden hiervoor is dat China nog steeds oneigenlijk profiteert van het huidige systeem. Wat de VS betreft zijn de maatregelen waartoe in 2016 reeds is besloten kennelijk onvoldoende. Daarom hebben de VS een voorkeur uitgesproken voor een zeer verregaande hervorming van de eindkostenvergoedingen. De hervorming die door de Amerikanen wordt voorgesteld stuit op verzet van veel andere lidstaten en nationale postbedrijven omdat de impact van de voorgestelde implementatietermijn en de inhoudelijke wijzingen als zeer ingrijpend wordt ervaren. Het voorstel zal leiden tot enorme prijsstijgingen in één keer, en daardoor tot sterke volumedalingen en verstoring van de e-commerce markt. Daarom is door een groep lidstaten een tweetal andere voorstellen uitgewerkt, waaronder een afgezwakte vorm van de voorkeursoptie van de VS, met als doel om de belangen van alle 192 lidstaten op een evenwichtige wijze mee te nemen en ook de VS binnenboord te houden. De bedoeling is dat er later dit jaar over de drie opties wordt gestemd.   De VS hebben via hun ambassades, waaronder die in Nederland, inmiddels ook een uitvraag gedaan wat het voor de postale betrekkingen zou betekenen indien de VS uit de Wereldpostunie zou stappen. Dat zou het geval zijn op 18 oktober 2019 indien de voorkeursoptie van de VS dan niet is aangenomen. Het antwoord op deze vragen komt erop neer dat de VS dan geheel afhankelijk is van bilateraal onderhandelde commerciële afspraken met elke individuele nationale postvervoerder en ze geen gebruik meer kunnen maken van de verschillende faciliteiten die de Wereldpostunie biedt voor een gestroomlijnde internationale afhandeling van postvervoer (bijv. douanefaciliteiten, inklaring, documenten, online tools). Op basis van een door de UPU uitgevoerde impactstudie zullen de (negatieve) gevolgen voor de VS groot zijn (vanwege de transactiekosten die voor 192 landen gemaakt moeten worden en het moeten ontwikkelen van alternatieve uitwisselingssystemen) en voor de overige lidstaten beperkt. PostNL heeft aangegeven dat het bedrijf noch haar klanten negatieve effecten zullen ondervinden van een uittreding van de VS.   11   Deelt u de zorgen van de Amerikaanse president over de postmarkt en de postafspraken met China? Zo ja, hoe hebt u dit kenbaar gemaakt? Zo nee, waarom niet?   Antwoord   Het huidige systeem van eindvergoedingen kent kritiek. Tegenstanders van het systeem zijn doorgaans landen die veel meer importeren (vaak vanuit Aziatische landen die in veel gevallen lagere eindvergoedingen mogen rekenen bij zendingen) dan dat ze exporteren. Nederland is voor wat betreft e-commerce juist een exporterend land, d.w.z. de export van e-commerce pakketten overtreft de import in ruime mate. Vanwege deze netto-export van e-commerce heeft PostNL voordeel bij lage eindkosten in de landen waar de distributie plaatsvindt. Ongeveer 70% van de kosten van exportpost zit namelijk in de eindkosten. PostNL heeft dus baat bij zo min mogelijk rigoureuze veranderingen van het systeem. Dat neemt niet weg dat de lage classificatie van China in de eindvergoedingensystematiek niet meer in overeenstemming is met de economisch snelle opmars van het land. Juist daarom zijn tijdens het Wereldpostunie congres in 2016 reeds maatregelen afgesproken om de disbalans in tarieven te adresseren. Nederland heeft, evenals de VS, deze maatregelen gesteund. De zorgen die Nederland destijds met de VS deelde, zijn met deze maatregelen goeddeels weggenomen.   Tijdens het Wereldpostunie Congres van 2016 is afgesproken dat de vergoedingen die China moet betalen voor briefpost aan andere landen, omhooggaan. Dit betekent onder meer dat China in de periode 2018-2021 voor small packets per jaar 13% meer gaat betalen. In geval van aangetekende pakketjes vanuit China gaat de toeslag ook fors omhoog: in 2018 met 64% en daarna met 8% per jaar. China heeft aangegeven dat het volume dat wordt verzonden naar andere landen als gevolg van de wijziging in vergoedingen inmiddels met circa 20-30% is afgenomen.   De volgende stappen van het in 2016 overeengekomen pakket aan maatregelen worden de komende jaren geïmplementeerd. De bedoeling is dat het niveau van eindvergoedingen steeds verder naar elkaar toe groeit en dat er op een gegeven moment geen verschil meer is tussen categorieën landen. Deze maatregelen sorteren nu reeds effect en moeten daarom worden doorgezet. Nederland kan zich niet vinden in de opstelling van de VS omdat zij nu terugkomen op de afspraken uit 2016 die in multilateraal verband tot stand zijn gekomen. Deze wijzigingen zullen een negatieve impact hebben op de huidige internationale positie van PostNL. Nederland kan zich wel vinden in de optie om de implementatie van de afspraken uit 2016 te versnellen.   12   Bestaan er schattingen over het aantal uit China afkomstige pakketten dat tegen het eerder genoemde gunsttarief worden verzonden? Zo nee, waarom niet?   Antwoord   Volgens de prognose van IPC (International Post Corporation) worden uit China (inclusief Hong Kong) in Nederland in 2019 zo'n 27 miljoen e-commerce zendingen geïmporteerd. Dat is 35% van het totaal aantal binnenkomende e-commerce zendingen. Wellicht ten overvloede wijs ik u erop dat anno 2019 van een "gunsttarief" geen sprake meer is (zie beantwoording van vraag 6).   13   Hoeveel (e-commerce)pakketjes worden er jaarlijks vanuit Nederland naar China verzonden?   Antwoord   Deze gegevens zijn niet bekend. Wat wel gezegd kan worden is dat de e-commercestroom naar China bij tijd en wijle zeer substantieel is. Als voorbeeld is hierbij de Chinese babymelkcrisis te noemen.   14   Is het net zo makkelijk voor Nederlandse e-commercebedrijven om pakketjes aan in China gevestigde consumenten te verkopen en te bezorgen als andersom?   Antwoord   In het rapport “China, cross-border e-commerce; kansen voor Nederlandse bedrijven” van het Nederlandse Consulaat-Generaal in Guangzhou, uit 2015, wordt geconstateerd dat verzending per post vanuit Nederland rechtstreeks aan de Chinese consument voor verzenders “zeer betaalbaar is”. Overigens zijn verzendkosten maar één van de onderdelen voor succesvolle e-commerce. De gids “China cross-border e-commerce” van het Nederlandse Consulaat-Generaal in Shanghai uit 2017 laat zien dat dat er verschillende mogelijkheden zijn voor Nederlandse bedrijven om hun producten online in China te verkopen en te distribueren.   15   Is China Post actief in Nederland of werkt China Post in Nederland samen met een of meerdere in Nederland gevestigde postbedrijven? Kunt u, indien het laatste het geval is, toelichten welke?   Antwoord   Nee, China Post is niet actief in Nederland. China Post heeft net als overige vergelijkbare internationale postbedrijven afspraken met PostNL in het kader van de verplichtingen die voortvloeien uit het Wereldpostunie Verdrag.   16   Hoeveel via AliExpress bestelde pakketjes worden jaarlijks via PostNL verspreid? Kunt u nagaan hoeveel PostNL hier – voor zover de informatie niet bedrijfsgevoelig is - (gemiddeld) aan verdient?   Antwoord   Dit betreft commercieel gevoelige en bedrijfsvertrouwelijke informatie.   17   Kunt u nagaan welke - voor zover niet bedrijfsgevoelig – afspraken PostNL heeft met China Post en/of Alibaba?   Antwoord   Dit betreft commercieel gevoelige en bedrijfsvertrouwelijke informatie.   18   Op welke wijze worden China Post en/of Alibaba gesteund door de Chinese overheid? Kunt u precies toelichten uit welke elementen die steun bestaat?   Antwoord   De Nederlandse overheid heeft geen zicht op de precieze vormen van steun die beide bedrijven al of niet ontvangen van de Chinese overheid.   19   Bent u van mening dat, gezien de relatie tussen Alibaba, China Post en de Chinese overheid, sprake is van eerlijke concurrentie voor Europese e-commerce-bedrijven?   Antwoord   Het gebrek aan transparantie over de relatie tussen de Chinese overheid en bedrijven als Alibaba en China Post en de mogelijke gevolgen daarvan voor de concurrentie met Europese e-commercebedrijven verdient nadere aandacht. Om die reden zet Nederland in op het versterken van de monitoringsfunctie van de WTO, door bijvoorbeeld het verbeteren van de notificatieplicht van subsidies aan bedrijven, en op het ontwikkelen van aanvullende WTO-regels voor geoorloofde subsidies.   20   Kunt u zich herinneren dat u de Kamer informeerde over de gesprekken in internationale gremia over gemeenschappelijke regels voor e-commerce binnen de Wereldhandelsorganisatie (WTO) en over controlesystemen hiervoor binnen de EU? Kunt u toelichten welke ontwikkelingen zich sinds de antwoorden op deze schriftelijke vragen hebben voorgedaan? Wat is hieromtrent de laatste stand van zaken?   Antwoord   Ja, in mijn brief van 27 februari jl. heb ik u over deze onderwerpen geïnformeerd. Binnen de WTO hebben 76 leden (inclusief de EU, China en de VS) in januari 2019 de Gezamenlijke Verklaring aangaande e-Commerce ondertekend, waarin zij de intentie uitspraken om onderhandelingen te beginnen over de handelsaspecten van e-commerce. Op 3 mei jl. heeft de Europese Commissie een EU-onderhandelingsvoorstel aan de WTO-leden voorgesteld. Belangrijke onderdelen uit dit voorstel zijn het regelen van grensoverschrijdende datastromen, het verhogen van consumentenbescherming met betrekking tot e-commerce en het definitief afspreken dat er geen douaneheffingen op elektronische transmissies (inclusief digitale content) worden toegepast. Daarnaast heeft de Europese Commissie voorstellen gedaan ter bescherming van het Europese acquis rondom de bescherming van persoonsgegevens en privacy.   Nederland steunt de aanpak van de Europese Commissie. Het Commissievoorstel is met alle andere geïnteresseerde WTO-leden, van 13-15 mei 2019 besproken. De eerstvolgende besprekingen staan gepland van 18 - 20 juni en van 15 - 17 juli dit jaar.   21   Wordt of is de situatie rondom (het ongelijke speelveld in de) e-commerce, ondanks het feit dat er op dit moment geen sprake is van een adequaat handels- en investeringsverdrag met China, besproken in het Breed Handelsberaad? Zo nee, waarom niet?   Antwoord   De agenda van het Breed Handelsberaad volgt die van de Raad Buitenlandse Zaken en deelnemers kunnen de handelsvragen stellen die ze willen, ongeacht of een bepaald onderwerp op de agenda staat of niet. De ontwikkelingen in de WTO komen regelmatig aan bod. Nu de e-commerce onderhandelingen gestart zijn, zal dit onderwerp ook op de agenda van het Breed Handelsberaad terugkeren.   22   Bent u voornemens de situatie in de e-commerce en de postmarkt te betrekken bij de Nederlandse Chinanotitie in wording? Bent u daarnaast voornemens de situatie aan de orde te stellen tijdens of en marge van de besprekingen van de China-strategie van de EU? Zo nee, waarom niet?   Antwoord   Op 15 mei jl. heeft het kabinet haar China strategie gepubliceerd. De China notitie zal koersgevend zijn voor een veelheid aan dossiers, waaronder e-commerce en de postmarkt. Belangrijk uitgangspunt hierin is het vergroten van een ‘gelijk speelveld’ en het aanpakken van marktverstorende praktijken. Dit uitgangspunt komt overeen met de mededeling van de Europese Commissie ‘EU-China, a strategic outlook’ die Nederland heeft verwelkomd tijdens de Europese Raad (21-22 maart jl.). Ook tijdens de voorbereidingen van de EU-China top (9 april jl.) heeft Nederland deze boodschap uitgedragen.   23   Kunt u deze vragen een voor een beantwoorden?   Antwoord   Ja.  
  Datum: 7 juni 2019   Nr: 2019D23970   Indiener: M.C.G. Keijzer, staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat   Bron:    tweedekamer.nl
submitted by kamerstukken-bot to kamerstukken [link] [comments]

De rechtshandeling - YouTube La Réjouissance-Music for the Royal Fireworks - YouTube Arabi ft wolf963 Handelen (prod hoodbarz) - YouTube H8 - Internationale handel: Import-/Exportquote - YouTube Online Inschrijven KvK In Zes Minuten - YouTube

Vertalingen in context van "handel" in Nederlands-Frans van Reverso Context: het in de handel brengen, voor het in de handel, internationale handel, buitenlandse handel, voor de handel Aan de hand van schoenenzaak ‘Fair Shoes’ geven we duidelijke voorbeelden van deze tips. Tip 1: Breng je specifieke doelgroep in beeld. Probeer als ondernemer in de huid te kruipen van je klant. Naast inzicht in basale kenmerken zoals leeftijd, geslacht en besteedbaar inkomen, betekent dit dat je de wensen en behoeften van je klanten door en door kent. Vervolgens ben je in staat om jouw ... Die meeste mense dink aan e-handel as 'n besigheid vir die verbruiker (B2C), maar daar is baie ander soorte ecommerce.Dit sluit in aanlynveilingswebwerwe, internetbankdienste, aanlynkaartjies en besprekings, en besigheid tot besigheid (B2B) transaksies.. Onlangs het die groei van e-handel uitgebrei na verkope met behulp van mobiele toestelle, wat algemeen bekend staan as 'm-commerce' en bloot ... Voorbeelden in zinsverband. Duits. Duits. Im Handel herrscht viel Wettbewerb. Im Handel herrscht viel Wettbewerb. Das ist ein guter Handel. Das ist ein guter Handel. Japan treibt viel Handel mit Britannien. Japan treibt viel Handel mit Britannien. Japan betreibt viel Handel mit Kanada. Japan betreibt viel Handel mit Kanada. Der Handel zwischen den beiden Ländern ist stetig gewachsen. Der ... 20 Les 4: Verskillende soorte ondernemings en hul aktiwiteite Leerinhoud Ontwikkeling van ondernemings Die mens se voortdurende behoeftes na goedere en dien-

[index] [3547] [4514] [37] [7175] [3933] [5539] [6204] [5738] [7714] [2513]

De rechtshandeling - YouTube

In deze korte video wordt uitgelegd hoe je je inschrijft bij de Kamer van Koophandel als je wilt starten als ondernemer. Hoe start ik een bedrijf is een veel... Prom at the Palace-The Queen's Jubilee Concerts, Buckingham Palace(2002)under the baton of Andrew Davis The Royal Choral Society has performed Handel's Messiah on Good Friday at the Royal Albert Hall every year since 1876. The RCS filmed their performance on 6 ... Bewirb Dich jetzt für eine kostenlose Strategie-Session mit Pascal am Telefon: https://mehr-geschaeft.com/deine-session/ Sichere Dir jetzt hier das Mehr Gesc... Een korte uitleg.

#